ANGST VOOR DRUGS - OVERTROKKEN

Discussion in 'Nieuws over drugs' started by Alfa, May 4, 2004.

  1. Alfa

    Alfa Productive Insomniac Staff Member Administrator

    Reputation Points:
    14,178
    Messages:
    38,496
    Joined:
    Jan 14, 2003
    117 y/o from The Netherlands
    ANGST VOOR DRUGS - BEGRIJPELIJK MAAR OVERTROKKEN
    Freek Polak
    (Deze tekst werd uitgesproken op het symposium "Angst voor drugs" op 28.11.2003 in Utrecht, georganiseerd door Landelijk Actiecomite tegen Drugsoverlast en Stichting Drugsbeleid.)
    In dit verhaal over angst voor drugs zal ik me vooral richten op de psychologische achtergronden. Mijn stelling is dat deze angsten een reële kern hebben, maar dermate zijn opgeblazen en politiek gemanipuleerd, dat het vrijwel onmogelijk is geworden om reëel en nuchter over het drugsbeleid te praten. Daarom is het belangrijk deze angsten tot reële proporties terug te brengen.


    De grootste en wijdstverspreide angst is dat legalisering ertoe zal leiden dat gebruik, misbruik en afhankelijkheid (verslaving) uit de hand zullen lopen. Hierachter zit vooral onwetendheid. Veel mensen weten niet dat alles wat onder "het drugsprobleem" wordt gerangschikt, pas echt erg is geworden nadat men is begonnen het drugsgebruik te "bestrijden". Men is zó vertrouwd met het beeld van zwervende, stelende en spuitende junks, dat men zich niet kan voorstellen dat het grootste deel van deze problemen er zonder de zogenaamde drugsbestrijding helemaal niet zou zijn.


    Volgens de leer van het prohibitionisme zouden er minder problemen moeten zijn bij hardere repressie - maar dat is niet wat er sinds de wereldwijde invoering van de prohibitie is gebeurd. Strikt genomen is het niet mogelijk te bewijzen dat er minder problemen zijn rond drugsgebruik na legalisering, omdat dat nergens bestaat. Maar wanneer we Nederland vergelijken met andere Europese landen, blijkt niet dat er bij een repressiever drugsbeleid minder problemen zijn rond drugsgebruik.


    Dat de angst voor drugs zó sterk is geworden, en niet meer overeenkomt met de reële risico's en gevaren, komt doordat men via de media voortdurend met excessen wordt geconfronteerd. Matig en beheerst gebruik krijgen we vrijwel nooit te zien. Deze opmerking is niet bedoeld om de media de schuld te geven, want vanuit de dynamiek van de media is dit onvermijdelijk. Maar het is ook waar dat dit de publieke opinie misvormt. Wanneer we het drugsbeleid verder willen ontwikkelen, dan moet op zijn minst worden onderscheiden tussen reële en irreële angsten voor drugs, en dat is door de prohibitie niet goed mogelijk.


    Stel dat u nooit anders heeft gehoord dan dat alcoholgebruik onvermijdelijk leidt tot het syndroom van Korsakov of een delirium tremens, en u zou niet weten dat er veel meer mensen zijn die op aangename, sociale wijze alcohol gebruiken, zonder gezondheidsklachten. Het beeld dat u dan zou hebben van alcohol is vergelijkbaar met wat veel mensen nu van de verboden drugs weten.


    In verschillende landen, óók in de VS, worden regelmatig bevolkingsonderzoeken gedaan naar het gebruik van legale en illegale roesmiddelen. Uit dergelijk onderzoek blijkt altijd weer dat de meeste mensen die hard drugs gebruiken, daar vanzelf weer mee stoppen, of erin slagen hun gebruik te matigen. Maar dit beeld van illegaal drugsgebruik is weinig bekend, en prohibitionisten kunnen hun angstaanjagende verhalen ongestraft blijven herhalen. Dit is éen van de redenen waarom de angst voor de "verslavende kracht" van de verboden roesmiddelen bij sommige mensen zo groot is, dat zij niet kunnen geloven dat het na legalisering beter kan worden. ('Beter' betekent dan dat de problemen rond drugsgebruik geringer en beter beheersbaar zullen worden, terwijl de criminaliteit zal afnemen.)


    Enkele jaren geleden werden bij een nieuwe uitgave van een CD van de Beatles niet alleen in Engeland maar ook in Nederland teksten over hun drugsgebruik verwijderd. Het was kennelijk niet de bedoeling dat het publiek zou horen dat er mensen zijn die op een beheerste manier drugs gebruiken. De wetenschap dat de meeste mensen in staat zijn om op een verstandige manier met roesmiddelen om te gaan, blijft zodoende beperkt tot specialisten. Wel worden de meeste mensen via de media onophoudelijk geconfronteerd met de excessen van een minderheid van problematische gebruikers, in de context van verloedering, overlast en criminaliteit.


    Hier staat tegenover dat veel mensen inmiddels wel begrepen hebben dat het ook met een veel hardere inzet van politie en justitie niet zal lukken verslaving en illegale drugshandel uit te roeien. Jammer genoeg realiseren minder mensen zich dat de illegale handel en het gebruik hun huidige omvang pas gekregen hebben tijdens en in belangrijke mate door de "drugsbestrijding".


    De zogenaamde drugsbestrijding is in feite een gevaarlijke vorm van drugspromotie.


    De schade aan individuele gebruikers, aan verslaafden en aan de samenleving als geheel zou nooit zo groot zijn geworden, wanneer men deze roesmiddelen niet had verboden. Drugs worden niet gevaarlijker door legalisering, wel is het gebruik riskanter geworden door het verbod.


    Er is op dit gebied veel magisch denken, bijgeloof en onwetendheid. De realiteit is echter dat het meer liberale beleid van Nederland in de afgelopen 25 jaar niet tot ernstiger problemen heeft geleid dan in landen waar de prohibitie in volle kracht wordt doorgevoerd. Het percentage probleemgebruikers van hard drugs is in Nederland lager dan in Frankrijk, Engeland en de VS. Ook in ons land bestaan kwetsbare groepen en achterstandswijken, maar ook daar is de toestand in Nederland niet slechter dan in landen met hardere repressie.


    De belangrijkste conclusie van ruim vijfentwintig jaar relatief liberaal Nederlands drugsbeleid is: Minder repressie is beter voor de volksgezondheid dan meer repressie. Maar wat betekent 'beter voor de volksgezondheid'? Dat is in deze context eenvoudig weer te geven met vier criteria:
    1. aantal verslaafden (prevalentie)
    2. aantal nieuwe verslaafden (incidentie)
    3. gezondheidstoestand van de problematische gebruikers
    4. aantal drugsdoden
    Op al deze punten is de toestand in Nederland ongeveer zoals het gemiddelde van de EU, of lager. Dit toont dit de zinloosheid van hardere repressie al aan.


    DE ANGST TERUGBRENGEN TOT REËLE PROPORTIES
    We moeten proberen de angsten van buurtbewoners, ouders, opvoeders en politici terug te brengen tot reële proporties. Wie van drugs een beeld heeft als van de draak uit het sprookje - voor iedere kop die je afhakt, komen er twee of meer nieuwe in de plaats - die moet wel doorvechten. Het idee dat je het zelf erger maakt, komt dan niet bij je op.


    Wanneer je gelooft dat "bestrijden" ook echt bestrijden is, dan moet iets dat zó hard "bestreden" wordt als drugsgebruik en illegale drugshandel - en dat zelfs in een complete oorlog niet verslagen kan worden - wel verschrikkelijk machtig en gevaarlijk zijn.


    Het eerste dat nodig is, is daarom het inzicht dat alle problemen rond drugsgebruik door de prohibitie niet minder zijn geworden, maar erger. Pas wanneer je weet dat wat voor bestrijding moet doorgaan, de toestand juist erger heeft gemaakt, kan de angst voor legalisering worden losgelaten. Het aantal gebruikers kan wel enigszins toenemen, maar voor kinderen zal het moeilijker zijn om aan de legale roesmiddelen te komen, dan in de huidige situatie aan de verboden drugs. De levensomstandigheden van individuele probleemgebruikers zullen zoveel verbeteren, dat zij een normaal leven kunnen leiden.


    Wanneer op rationele en wetenschappelijke wijze een afweging wordt gemaakt van de gevolgen van de verschillende opties voor het drugsbeleid, dan kan daaruit volgens mij maar één conclusie komen:
    De gezondheidsrisico's van drugsgebruik pleiten tegen een verbod.
    Legalisering is nodig om een veilige drugsmarkt wettelijk te reguleren, met kwaliteitsgaranties, betrouwbare etikettering en, net als bij alcohol, een systeem van vergunningen.


    Freek Polak, Amsterdam
    color=#0000ff [email protected]


    De auteur is psychiater (sinds 1973) en bestuurslid van de Stichting Drugsbeleid. Hij was verbonden aan RIAGG-Zaanstreek/Waterland en aan de drugsafdeling van de GGGD Amsterdam (1990 - 2003) en is half-time werkzaam in een zelfstandige praktijk.