Clusterhoofdpijnlijders gebruiken LSD en paddo’s als pijnstiller

Discussion in 'Nieuws over drugs' started by mopsie, Sep 23, 2006.

  1. mopsie

    mopsie Gold Member

    Reputation Points:
    260
    Messages:
    1,103
    Joined:
    Apr 14, 2005
    from Brazil
    Een enquête gehouden onder 53 clusterhoofdpijnlijders, uit de VS, Nederland, Zuid-Afrika en Groot-Brittannië, lijkt te duiden op de pijnstillende werking van LSD en de actieve stof in paddo’s, psilocybine, bij deze aandoening. De patiënten die allen de geestverruimende middelen hadden gebruikt, melden dat de aanvallen stopten en zelfs werden voorkomen. De resultaten zijn gepubliceerd in Neurology door Andre Sewell en collega’s, werkzaam bij het Alcohol and Drug Abuse Research Center in Belmont.

    Rond de 85% van de mensen die psilocybine bij acute aanvallen gebruikten, meldden het stoppen van een aanval. Bij 52% van de mensen was psilocybine effectief bij het voorkomen van aanvallen en bij 88% van de gebruikers was LSD effectief. In de meeste gevallen leken lage doses, die niet tot hallucinaties leidden, genoeg te zijn voor het gewenste effect.

    Clusterhoofdpijn wordt gekenmerkt door hevige pijn die tussen de vijftien minuten tot drie uren kan duren. In de chronische vorm kunnen aanvallen acht dagen lang duren met rustperiodes van niet langer dan een maand.

    De aandoening is niet te genezen. Maar patiënten krijgen vaak zuurstof toegediend om de aanvallen te verzachten. Bij 52% van patiënten lijkt dit de pijn te stoppen. Bepaalde patiënten krijgen migraine medicijnen, maar de bijwerkingen zijn vaak extreem.

    Het is niet duidelijk hoe de drugs precies werken, behalve dat ze hersenactiviteit beïnvloeden. LSD en psilocybine behoren tot een bepaald type amines, de tryptamines, die qua chemisch structuur veel lijken op natuurlijke neurotransmitters zoals serotonine. Serotonine speelt een rol bij het verwerken van pijnprikkels. Chemisch lijkt LSD ook op Methysergide , een traditionele medicijn tegen migraine en clusterhoofdpijn.

    De auteurs van het stuk geven aan dat er veel onnauwkeurigheden kunnen ontstaan in dit soort retrospectieve analyses. Patiënten zullen sneller goede dan slechte ervaringen herinneren en mensen met positieve resultaten zijn meer geneigd om mee te doen aan het onderzoek. Het mogelijke placebo-effect is ook niet onderzocht. Ze vinden dat de resultaten reden genoeg zijn voor verder onderzoek met gecontroleerde, klinische proeven. ‘We zijn het de patiënten verschuldigd om te bepalen of deze behandeling werkt’, aldus Sewell.

    bron http://www.yayabla.nl/Showarticle.asp?article=1888