COLOMBIA EN DE VERGEEFSE STRIJD TEGEN COC

Discussion in 'Nieuws over drugs' started by Alfa, Jun 16, 2005.

  1. Alfa

    Alfa Productive Insomniac Staff Member Administrator

    Reputation Points:
    14,178
    Messages:
    38,479
    Joined:
    Jan 14, 2003
    117 y/o from The Netherlands
    COLOMBIA EN DE VERGEEFSE STRIJD TEGEN COCAÏNE


    Tachtig procent van alle cocaone ter wereld is afkomstig uit Colombia.


    De Verenigde Staten hebben er jaarlijks ruim 700 miljoen dollar voor over om die toevoer te stoppen, maar de war on drugs lijkt nauwelijks iets op te leveren. Tijd voor herbezinning? Politici in de VS en Colombia willen er niets van weten.


    Harddrugs: vrijgeven of verbieden? De voor- en tegens.


    Tegen legaliseren


    1.Drugs zijn slecht voor de gezondheid


    2.Het is moreel onjuist om verslaving te accepteren 3.Drugsgebruikers vormen een gevaar voor de samenleving 4.Aantal mensen dat met drugs in aanraking komt zal stijgen 5.Drugs worden goedkoper en dus toegankelijker 6.De drempel om te gebruiken wordt lager 7.Ook kinderen zullen vaker drugs gebruiken 8.Het sociale taboe op drugsgebruik verdwijnt


    Voor legaliseren:


    1.De staat moet zich niet met privizaken bemoeien, zolang de samenleving er geen hinder van ondervindt 2.Je kunt drugs niet verbieden; zolang er vraag is, is er aanbod 3.De staat kan de kwaliteit controleren en bewaken, hetgeen levens redt 4.De staat kan, net als bij alcohol en tabak, accijnzen heffen 5.De prijs daalt enorm, verslaafden kunnen hun verslaving zelf betalen 6.Een inkomstenbron droogt op van criminele organisaties 7.Overheid kan zich richten op preventie 8.Het justitieel apparaat wordt ontlast, het cellentekort verdampt


    `We zijn de oorlog tegen drugs op alle fronten aan het winnen'', zegt president Alvaro Uribe in zijn paleis in het centrum van de Colombiaanse hoofdstad Bogota. Hij bladert driftig in zijn notitieboekje met daarin de laatste cijfers en meldt vervolgens tevreden dat er weer een recordhoeveelheid drugs in beslag is genomen en er vorig jaar maar liefst 148 cocaonelaboratoria zijn opgerold. Tegenspraak duldt hij niet.


    Als hij zegt dat het goed gaat, dan gaat het goed.


    Buiten het presidentikle paleis is men minder overtuigd van het welslagen van de war on drugs. Velen menen dat Colombia een strijd voert die niet te winnen is, zoals de publicist Leon Valencia: ,,Zolang er vraag naar drugs is, zal er drugshandel zijn'', zegt hij in zijn kantoor in Bogota. ,,Drugsbendes profiteren juist van het feit dat drugs illegaal zijn.'' Hij weet waarover hij het heeft. Valencia is de voormalig financieel topman van de linkse guerrillabeweging ELN.


    Ook in de Verenigde Staten kent de huidige aanpak critici. ,,Die cijfers van de Colombiaanse en Amerikaanse overheden doen het goed in de publieke opinie, maar ze zeggen niets over het echte succes van de war on drugs'', stellen de geleerden van het invloedrijke Washington Office on Latin America (WOLA). ,,Het belangrijkste doel was: minder drugs in de VS, en dat doel is geen stap dichterbij gekomen.''


    De straatprijs van cocaone is al jaren stabiel, het aantal verslaafden wereldwijd daalt niet en de gewapende groepen in Colombia zijn dankzij de astronomische bedragen die zij met drugshandel verdienen machtiger dan ooit. In 2004 is weliswaar een recordhoeveelheid cocaplanten vernietigd, maar afgelopen maart moest het Witte Huis schoorvoetend toegeven dat het totale aantal hectaren in dat jaar alleen maar was toegenomen.


    In de Colombiaanse jungle, waar de oorlog wordt uitgevochten, overheerst de twijfel. Helikopterpiloot Gustavo Sanchez geeft vijf keer per dag luchtdekking aan de Amerikaanse sproeivliegtuigjes die met landbouwgif over de cocavelden vliegen. Verder is er weinig te doen op de legerbasis van Apiay, in een door de guerrilla gedomineerd natuurreservaat. Maar tijd om zich te vervelen heeft Sanchez niet. ,,We zijn die cocaboertjes aan het opjagen'', zegt hij. Wel vraagt hij zich af hoe zinvol het werk is. ,,Zolang er geld mee te verdienen valt, zal de teelt van coca doorgaan, ben ik bang. Coca levert zes keer meer op dan welk ander gewas dan ook. Als ik arm was en niet in het leger zou zitten, zou ik misschien ook wel coca gaan verbouwen om voor mijn gezin te zorgen.''


    Zijn 23-jarige collega Alberto Zambrano die in het noordelijke departement Santa Marta bij de antinarcoticabrigade patrouilleert, kampt met dezelfde vraag. ,,We doen goed werk, en ik ben er ook trots op, maar toch geloof ik er niet echt in. Misschien dat we deze drugsoorlog ooit winnen, maar niet voordat ik met pensioen ben.''


    Steeds weer duikt de vergelijking met een zachte ballon op: als je er in knijpt, verplaatst de lucht zich simpelweg. Toen de Amerikanen de oorlog verklaarden aan cocaboertjes in Bolivia, steeg het aantal hectaren coca in Colombia. Nu trekken de door armoede gedreven cocaboertjes dieper het oerwoud in, waar ze moeilijker zijn te vinden.


    ,,En daar heeft de regering het liever niet over'', zegt Ricardo Vargas van Accisn Andina. Zijn organisatie zoekt alternatieve oplossingen voor het drugsprobleem. Hij vindt de juichstemming van de overheid onterecht.


    ,,De eerste successen werden behaald met makkelijk te sproeien grote velden. Wat overblijft zijn de verborgen kleine veldjes. De veldjes liggen steeds meer verspreid, zodat het moeilijker is om ze op te sporen en te vernietigen. In 2002 had je 13 departementen waar coca werd verbouwd, nu zijn het er 23.'' De boeren slagen er bovendien in om steeds meer op een hectare te verbouwen, zodat de opbrengst zelfs bij een dalend aantal hectares zou toenemen.


    Colombia is verwikkeld in een burgeroorlog die al 40 jaar duurt. De twee belangrijkste strijdende partijen, de van oorsprong Marxistische FARC-guerrilla en rechtse paramilitairen van de AUC, controleren samen 80 procent van de drugshandel in het land. Met het geld betalen ze hun wapens en hun manschappen. Maar als drugsbelangen in het geding komen, werken de aartsvijanden FARC en AUC zelfs samen.


    Het is vooral de boerenbevolking die hiervan het slachtoffer is. Meer dan twee miljoen Colombianen zijn voor het geweld op de vlucht geslagen.


    Vaak zitten de boeren letterlijk tussen twee vuren: de ene helft moet coca verbouwen voor de FARC; zij lopen het risico vermoord te worden door de para's wegens collaboratie. De andere helft moet voedsel leveren aan de paramilitairen van de AUC, waarop bij de FARC de doodstraf staat.


    De overheid is te zwak om haar burgers te beschermen.


    Ook Europa en de Verenigde Staten dragen hun steentje bij aan de drugshandel in Colombia. Buitenlandse bedrijven, waaronder veel Nederlandse, leveren chemicalikn die nodig zijn voor het produceren van cocaone. De drugsgelden van de FARC worden in Europa witgewassen. De gedeserteerde paramilitair Josi Lizcano bevestigt het nog maar eens.


    ,,De overheid kan deze strijd onmogelijk winnen. Dankzij drugshandel zijn de diverse gewapende groepen hier ontzettend machtig. Ze kunnen doen wat ze willen.''


    De drugshandel is niet te stoppen. ,,Als je drugs niet kunt uitbannen, kun je maar beter proberen ze te controleren om de schade te beperken.


    Precies zoals Nederland dat al doet met softdrugs'', zegt Mike Smithson van LEAP, een groep van voormalige wetgevers, drugsbestrijders en politieagenten uit de VS. Zij zagen in de praktijk dat de drugsoorlog een hopeloze zaak is en voeren nu campagne voor drugslegalisering.


    ,,Enorm veel criminaliteit is aan drugs gerelateerd. De georganiseerde misdaad verdient miljarden met de handel, terwijl deze strijd de belastingbetaler miljarden kost. Zonder dat het iets oplevert. Met legaliseren bereik je meer.''


    In 2001 diende senator Viviane Morales een motie in om productie, distributie en verkoop van harddrugs voortaan door de Colombiaanse overheid te laten reguleren. Haar motie haalde het bij lange na niet. De toenmalige president Pastrana noemde legalisering geen optie, omdat Colombia daarmee de hele wereld tegen zich zou krijgen. Desgevraagd zegt de huidige Colombiaanse president Uribe: ,,Ik ben zelf vader. Door drugs te legaliseren geef je het signaal af dat drugs aanvaardbaar zijn. Dat vind ik volstrekt immoreel.'' En zijn vice-president Francisco Santos:


    ,,Voor je het weet is iedereen dan aan de drugs.''


    Hun staatssecretaris van Justitie, Mauricio Aranguren, stelt: ,,Nu stoppen betekent dat al die burgers, rechters, politici, journalisten en militairen voor niets zijn gestorven.''


    Ook in de Verenigde Staten durft geen politicus zijn vingers te branden aan zo'n gevoelig onderwerp als legalisering van cocaone. ,,Politici maken nu precies dezelfde fout als met de drooglegging van de jaren twintig'', zegt Smithson van LEAP.


    In 1920 werd alcohol in de Verenigde Staten verboden. De maatregel was bedoeld om het aantal alcoholisten terug te brengen en de samenleving gezonder en veiliger te maken. Het werd een faliekante mislukking.


    ,,Eerst hadden we alleen het alcoholprobleem, na de drooglegging hadden we ineens twee problemen: alcohol en Al Capone'', klaagde een Amerikaanse rechter uit die tijd.


    De georganiseerde misdaad groeide in de Verenigde Staten tot ongekende proporties. Alleen al de maffia van Chicago had een jaaromzet van 60 miljoen dollar, waarmee rechters, politici en journalisten werden omgekocht.


    De drooglegging leidde tot duizenden sterfgevallen door de consumptie van illegale, zelfgestookte alcohol en een miljoen nieuwe delinquenten.


    Het aantal alcoholconsumenten weigerde ondertussen te dalen. In 1933 werd de poging dan ook als mislukt beschouwd en werd alcohol weer legaal.


    Er is geen bewijs dat drugslegalisering werkt en ook naar het aantal extra verslaafden dat zo'n maatregel met zich meebrengt blijft het gissen. Maar legalisering haalt drugs uit het criminele circuit. Dat geeft overheden de gelegenheid teelt en verkoop te reguleren en ontneemt misdaadorganisaties wereldwijd hun belangrijkste bron van inkomsten. Dan zou men in Colombia voorzichtig kunnen gaan nadenken over vrede en zouden in het westen gevangenissen en rechters worden ontlast.


    Mike Smithson hoopt het nog eens mee te maken: ,,Nu zit het debat nog muurvast'', zegt hij. ,,Maar hoe meer mensen voor legalisering zijn, hoe groter de druk op politici wordt. Over een jaar of 15 kan het ineens gedaan zijn, net als bij de val van de Berlijnse Muur. Ook al ziet niemand het op dit moment aankomen, ooit zullen drugs legaal zijn.''


    Intussen zal president Bush het Amerikaanse congres vragen om voor 2006 opnieuw 700 miljoen dollar voor Plan Colombia te reserveren.


    Het is gewone Colombianen als taxichauffeur Rafael Gsmez een gruwel.


    ,,Dat verschrikkelijke plan moet stoppen en drugs moeten gewoon legaal worden. Dan zijn wij van al het gezeik af.'' Hij maakt een weids gebaar naar de miljoenenstad die onder hem schittert. ,,Iedereen hier in Bogota denkt er precies zo over.''