DE ACHTERDEUR VAN DE COFFEESHOP

Discussion in 'Wiet & Hash' started by Alfa, May 5, 2004.

  1. Alfa

    Alfa Productive Insomniac Staff Member Administrator

    Reputation Points:
    14,298
    Messages:
    38,282
    Joined:
    Jan 14, 2003
    117 y/o from The Netherlands
    NRC-Maandblad, 1 mei 2004
    De achterdeur van de Coffeeshop

    Door Rob Schoof

    Op 1 juli wordt Nederland voor een half jaar voorzitter van de Europese Unie.
    Een van de agendapunten is een nieuwe Europese drugsstrategie. Pikant, want
    terwijl de Nederlanders nogal tevreden zijn over hun coffeeshops en hun
    spuitenruil, ziet het buitenland ons nog steeds als narcostaat.
    Hoe goed is ons drugsbeleid? Een rondgang langs kenners en een aantal
    conclusies. De gezondheidsrisico's zijn teruggedrongen. Maar de openstaande
    achterdeur van de coffeeschop heeft de georganiseerde criminaliteit een gouden
    kans gegeven.

    Tien coffeeshops binnen nog geen honderd meter telt de Amsterdamse Warmoesstraat. Aangevuld met
    headshops en paddowinkels staat deze straat nagenoeg volledig in dienst van de drugs economie
    waaraan Nederland zijn reputatie van 'narcostaat' te danken heeft. Op zaterdagavond puilen de
    coffeeshops uit, de voertalen zijn Engels, Italiaans en Duits. Toch vormen ze geen volledige vrijstaat.
    Conform het gedoogbeleid zijn alle zaken keurig voorzien van een gemeentelijke vergunning. Portiers
    houden toezicht op naleving van de regels. Drie toeristes, zichtbaar niet meerderjarig, worden
    meedogenloos geweigerd. Het stringente toegangsbeleid is absolute noodzaak voor elke
    coffeeshophouder. Coffeeshops zijn de meest gecontroleerde horecagelegenheden. Een speciaal
    politieteam controleert wekelijks zo'n tien zaken op leeftijd van de clientèle, handelswaar en eventuele
    aanwezigheid van harddrugs. Bij overtreding spijkert de gemeentelijke timmerman het pand dicht.
    De coffeeshop trekt al j aren internationale aandacht. Neem de Franse ambassadeur die in 1997 ter
    voorbereiding van bezoek van zijn president in Amsterdam was. Hij wilde zien hoe het er in de
    praktijk aan toeging. Met twee dienders betrad hij een coffeeshop tegenover het hotel waar Chirac zou
    logeren, herinnert de Amsterdamse hoofdcommissaris Joop van Riessen zich. 'Na binnenkomst wilde
    hij zo'n zakje wiet kopen voor 25 gulden. Hij had alleen geen geld bij zich, dus trok één van de
    dienders zijn portemonnee. De ambassadeur was in geen velden of wegen meer te bekennen. Hij had
    kennelijk bewijs nodig voor Chirac. En wij werkten er nog aan mee ook! Zo bevestigen we in het
    buitenland voortdurend het beeld dat hier alles kan en mag.' Het Colombia van Europa. Nederland is in
    het buitenland door politici en andere critici vaak bestempeld als vrijstaat voor drugsproducenten en -
    handel aren. Anderen bewonderen juist de pragmatische benadering. Hoe staat ons drugsbeleid er
    eigenlijk voor? Is het uit de hand gelopen of heeft het ook resultaten opgeleverd?
    Schone naalden

    Ook al had Nederland al in 1919 een Opiumwet, het moderne drugsbeleid dateert van de jaren '70,
    toen jongeren voor het eerst op ruimere schaal drugs gingen gebruiken. Het gebruik van hasj en
    marihuana had zich volgens Nicole Maalsté, onderzoeker van de cannabiswereld bij het Instituut voor
    Onderzoek naar Leefwijzen & Verslaving (rvo) in Rotterdam, na de Tweede Wereldoorlog via
    jazzmusici en Amerikaanse militairen over West-Europa verspreid, aanvankelijk in kunst- en
    muziekkringen. In de jaren '60 steeg het gebruik onder grotere groepen jongeren. Met zijn protestacties
    tegen de tabaksreclame bij het Lieverdje op het Spui trok anti-rook magiër Robert-Jasper Grootveld in
    die tijd grote groepen jongeren naar Amsterdam, tot grote ergernis van de politie. Hasj en marihuana
    werden het symbool van de strijd tussen de jeugd en het gezag. Maar over drugs was weinig bekend.
    Ook niet bij de politie, die aanvankelijk geen idee had waarnaar ze moesten zoeken. 'Er werd in die
    jaren ongelooflijk veel onzin verteld over drugs', zegt gepensioneerd hulpverlener en neurofysioloog
    Erik Fromberg. 'Je hoorde de directeur van het Gerechtelijk Geneeskundig Laboratorium vertellen
    datje van één joint knettergek werd.'

    Drugs werden een belangrijk onderwerp voor jongeren, politici, wetenschappers en hulpverleners. De
    grote vraag waar de autoriteiten mee worstelden was of drugsgebruik hard - strafrechtelijk - moest
    worden aangepakt, of dat de jeugd meer gebaat was bij een pragmatisch volksgezondheidsbeleid. De
    overheid zette verschil1ende commissies aan het werk Eén daarvan werd geleid door prof. Louk
    Hulsman,justitieadviseur en hoogleraar strafrecht in Rotterdam. Hij hield vanaf 1968 een vurig
    pleidooi voor decriminalisering van drugsgebruik 'In Nederland werd er nauwelijks tegen opgetreden',
    zegt Hulsman, inmiddels met emeritaat. 'We wilden voorkomen dat er illegale markten zouden
    ontstaan. Prohibitie zou leiden tot bendes, Chicago, Al Capone, zoals was aangetoond tijdens de
    drooglegging in Amerika. In onze Opiumwet was de handel verboden, maar de straffen waren laag en
    er werd niet vervolgd.'

    In 1965 werden in Nederland precies 38 mensen veroordeeld wegens drugsdelicten, maar dat aantal
    liep snel op. Volgens Hulsman had dat te maken met de strijd tussen de provo's en de politie. 'Voor de
    provo's was hennep een sacrament. Ze pestten de politie. Die was toen nog zeer autoritair, pikte dat
    niet en ging ineens de Opiumwet activeren.' Maar eind jaren '60 werd duidelijk dat de autoriteiten
    weinig zagen in een confrontatie met hasj rokende jongeren. In Amsterdam mochten jongerencentra
    als Paradiso, Fantasio en de Melkweg hasj verkopen. 'Eerst gebeurde dat ongecontroleerd', zegt
    Wernard Bruining, die in 1973 de eerste Amsterdamse coffeeshop opende, Mellow Yellow, aan de
    Weesperzijde. 'Bij Paradiso stonden tien dealers op de trap en ook nog een rijtje buiten.' De gemeente
    besloot dat de centra één 'huisdealer' moesten aanwijzen. In 1970 bereikte de jeugd in Rotterdam een
    doorbraak De politie besloot niet op te treden tijdens het grote popfestival in het Kralingse Bos, waar
    op grote schaal hasj werd gerookt. Politieagenten in burger zagen in dat zich geen ordeproblemen
    voordeden zolang er maar niet werd ingegrepen.

    Drugs als ideologie
    Na de commissie-Hulsman volgde in 1972 een rapport van een commissie onder leiding van Pieter
    Baan, geneeskundig hoofdinspecteur voor de geestelijke volksgezondheid. Die constateerde een 'forse
    toename van het gebruik van psychotrope stoffen' sinds 1950. Waar dat precies aan lag? Aan de
    gestegen welvaart, angst, onlustgevoelens en zorgen om de toekomst, vermoedde Baan. De jeugd
    wilde geen materialistisch leven in een 'gevoelsarme, prestatiegerichte maatschappij', maar een leven
    gebaseerd op creativiteit. Tot die ideologie hoorde behalve reizen en mediteren ook drugsgebruik.
    Baan en Hulsman zagen drugsgebruik als een gezondheidsprobleem dat in een criminele omgeving
    alleen maar erger zou worden. De belangrijkste ministers voor het drugsbeleid, Dries van Agt (CDA,
    Justitie) en Irene Vorrink(PvdA, Volksgezondheid) waren beiden hartstochtelijk voorstander van die
    decriminalisering. 'Ik was een adept van Hulsman', zegt Van Agt nu. In 1976, onder het kabinet-Den
    Dyl, werd de Opiumwet gewijzigd, met als voornaamste verandering een scheiding tussen softdrugs
    en harddrugs, drugs met een aanvaardbaar risico en drugs met onaanvaardbare risico's. Legalisering,
    zoals Van Agt had gewild, bleek onmogelijk, 'gelet op de relevante verdragen'. Dan maar in arren
    moede gedogen, zegt hij. 'Al raspt dat een ware minister van Justitie over de ziel.'
    Nederland maakte gebruik van het opportuniteitsbeginsel, dat bepaalt dat justitie mag afzien van
    vervolging als dat in het algemeen belang is. Bezit en handel in gebruikershoeveelheden hasj werden
    gedoogd. 'De verandering in ons drugsbeleid vond in geen enkel relevant buitenland instemming', zegt
    Van Agt. 'Ik ben er menigmaal voor gekapitteld. Het werd vrijwel aanstonds duidelijk dat het nog
    geruime tijd zou duren voordat onze inzichten elders zouden worden gedeeld.' Daarbij kon het
    buitenland verwijzen naar de internationale verdragen die Nederland in de loop der jaren had
    ondertekend, zoals het Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen (1961), het
    Psychotropenverdrag(1971) en later het Verdrag inzake sluikhandel in verdovende middelen en
    psychotrope stoffen (1988). Nog steeds krijgt Nederland regelmatig een veeg uit de pan van de
    International Narcotics ContralBoard (INCB) wegens het softdrugsbeleid.

    Beursberichten
    Nederland was in de jaren '70 vertrouwd geraakt met de geur van hasj. Hoe openlijk het onderwerp op
    straat lag, bleek in het VARA-radioprogramma "In de Rooie Haan", waarin Koos Zwart, zoon van
    minister Vorrink, wekelijks de hasj prijzen voorlas, verpakt als beursberichten. De coffeeshops
    kwamen voort uit het monopolie dat jeugdcentra als de Melkweg en Paradiso hadden, zegt
    coffeeshoppionier Bruining. 'Er was weinig keus, het was duur en de kwaliteit matig.' Bruining begon
    in 1973 zijn 'theehuis'. Het werd een succes. 'Soms stond er buiten wel een rij van dertig meter.' De
    hasj haalden ze bij een dealer die Caesar heette, en soms bij drugshandelaar Klaas Bruinsma die in de
    Blasiusstraat kantoor hield. 'We kochten steeds een paar kilo', zegt Bruining. 'Die sneden we zelf aan
    stukjes. We verkochten voorverpakte hasj voor tien of vijfentwintig gulden. De dealer zat voor de bar,
    alsof hij een klant was, zodat de politie de shop niet kon sluiten als ze binnenvielen.' Soms was er een
    inval, maar Bruining had genoeg 'verdedigingslinies' om die te overleven. Het pand bevatte geheime
    deuren en een weggewerkte keuken waar genoeg voorraad lag om de zaak draaiend te houden.
    Na Mellow Yellow volgden steeds meer coffeeshops, zoals TheBulidog en Rusland. 'Ze pakten het
    veel commerciëler aan. Ik was niet zo zakelijk', zegt Bruining, die zijn theehuis na enkele jaren
    vaarwel zegde. 'Op een gegeven moment kochten we partijen van honderd kilo. Wat we zelf niet nodig
    hadden, verkochten we door. We moesten steeds groter inkopen om de bevoorrading te garanderen.
    Daarbij kreeg je een betere prijs als je groter inkocht. Wat je te veel had, verkocht je door aan derden.
    Tot ik ontdekte dat we al enkele weken gemiddeld honderd kilo per dag doorverkochten. Toen heb ik
    er feitelijk een einde aan gemaakt. Ik wilde geen groothandelaar worden.' Idealistische
    coffeeshophouders werden langzaam verdreven door commerciële handelaren die dankzij de komst
    van steeds meer buitenlanders een groeiende afzetmarkt zagen. De coffeeshops maakten in de jaren '80
    reclame op trams en in reis bladen. Er werden steeds vaker 'kilootjes' verkocht, vooral aan Duitsers die
    het in eigen land verhandelden. Ook in grensgemeenten verschenen coffeeshops.

    Diplomatiek conflict
    Zo jubelend als veel buitenlandse toeristen door Amsterdam trokken, zo hard oordeelde de Europese
    politiek. Het waren juist dit soort uitwassen die Nederland een slechte naam gaven. Eerst de
    coffeeshops, later de ecstasyproductie, de hennep teelt en de cocaïnehandel. In de jaren '70 en '80
    waren vooral Zweden en West-Duitsland kritisch, omdat Nederland het streven naar een drugsvrije
    samenleving had opgegeven. In 1994 ontstond er zelfs een diplomatiek conflict toen Frankrijk wegens
    het Nederlandse drugs beleid weigerde de grenscontroles op te heffen, hoewel die door het Verdrag
    van Schengen waren afgeschaft. Het dieptepunt voor Nederland was een rapport van de Franse senator
    Masson, die in 1996 schreef dat Europa het zich niet kon veroorloven een 'narcostaat' op haar
    grondgebied te dulden. Franse politici riepen zelfs op tot een boycot van Nederlandse producten.
    'Chirac maakte er een nummer van in de media', zegt toenmalig minister van Justitie Winnie
    Sorgdrager. 'Hij sprak Kok er regelmatig op aan. Die was daar ongelukkig mee.' Sorgdrager zelf hield
    zich altijd bewust afzijdig. 'Ik legde ons drugsbeleid niet uit in EU-vergaderingen. Dat werkte alleen
    maar averechts.'

    De Fransen bereikten wel dat het paarse kabinet van richting veranderde. Terwijl Nederland in de
    gedachte leefde dat de definitieve stap naar legalisering van softdrugs zou worden gemaakt, trok de
    overheid de regels juist aan. 'Er werd veel verwacht van paars, vooral door de progressieven', zegt
    Sorgdrager. 'Men dacht: nu gaat het gebeuren. Ik was destijds voor legalisering van softdrugs, maar
    internationaal kon het niet.' Criminoloog Tim Boekhout van Solinge, nu werkzaam aan het Willem
    Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, studeerde aan de Sorbonne in Parijs. In opdracht van
    het Nederlandse ministerie van Volksgezondheid deed hij middenjaren '90 onderzoek naar het Franse
    drugsbeleid. 'Uit mijn onderzoek bleek dat 1,2 procent van de Franse cannabis uit Nederland kwam. Er
    was dus geen sprake van dat Frankrijk massaal werd bevoorraad door de coffeeshops.' Bovendien
    merkte hij dat Frankrijk een veel omvangrijkere drugscultuur heeft dan Nederland, vooral onder de
    jeugd. 'Er wordt meer geblowd, veel meer over gesproken. Het lijkt alsof blowen hoort bij de
    inwijding, bij de overgang van tiener naar volwassene, net als sigaretten, drank en seks.' Uit Frans
    onderzoek van 2002 bleek dat meer dan de helft van alle Franse 18-jarigen had geëxperimenteerd met
    cannabis. Ter vergelijking: het Trimbos Instituut voor geestelijke volksgezondheid schat dat in
    Nederland ongeveer 20 procent van de jongeren blowt.

    Toch was de wereld rond de recreatieve hasjroker van 1970 twintigjaar later drastisch veranderd,
    merkte ook de Amsterdamse politie. Hoofdcommissaris Van Riessen zag 'grote ondernemingen met
    directeuren, onderdirecteuren en een infrastructuur voor liquidaties en bedreigingen' ontstaan. 'Die
    branche groeide als kool, omdat er zo ontzettend veel geld mee werd verdiend.' Beginjaren '80 was
    hem al duidelijk geworden dat er grote partij en softdrugs werden geïmporteerd. 'De recherche
    onderschepte containers vol softdrugs, maar gestraft werd er nauwelijks. Zelfs een container leverde
    hooguit een paar maanden cel op. Softdrugs had stomweg geen enkele prioriteit. De Nederlandse
    netwerken hebben van die coulantie dankbaar gebruikgemaakt. De Bruinsma's en andere Hollandse
    criminelen hebben er miljoenen mee verdiend. Het was een gat in de markt. Er zijn fantastische
    voorbeelden van Hollandse criminele groepen die containers hasj versleepten over de wereldzeeën. In
    het buitenland ontstond het beeld dat Nederland een bananenrepubliek was.'

    Hoezeer de drugscriminaliteit uit de hand was gelopen, bleek tijdens de parlementaire enquête naar de
    opsporingsmethoden (1995), toen duidelijk werd dat het gedoogbeleid een ideale voedingsbodem had
    gevormd voor de georganiseerde misdaad. Onderzoeker C. Steinmetz becijferde dat jaar dat in de
    Nederlandse softdrugshandel zo'n 19 miljard gulden moest omgaan. Het cannabismilieu, ontstaan uit
    een mengsel van pragmatisme en ideologie, was verworden tot een keiharde wereld van commercie en
    liquidaties, zoals was gebleken bij de moord op Klaas Bruinsma in 1991. 'We hadden met de
    coffeeshops een ideologische achtergrond, maar het is gewoon keiharde criminaliteit geworden', stelt
    Winnie Sorgdrager vast. 'Er zijn gigantische financiële belangen mee gemoeid. Kijk hier in
    Amsterdam wat er gebeurt: op vijftig meter van mijn huis heb ik drie coffeeshops naast elkaar. Dat is
    uit de hand gelopen. Als je weet wat voor crimineel circui t daarachter zit. Dat wil je toch ook niet.'
    Volgens Hedy d' Ancona, oud-senator, -europarlementariër en minister van Volksgezondheid (1989-
    1994), was op het toenmalige ministerie van WVC 'op dat moment ook niet bekend dat de
    softdrugsbranche zo aan het verharden was'. 'We waren veel meer bezig trots te zijn op het beleid dan
    dat we oog hadden voor de uitwassen die toen al ontstonden.' Sorgdrager zegt dat er in de jaren '80 in
    opsporingskringen wel mensen hun zorgen uitten over de georganiseerde misdaad. 'Anderen
    bezwoeren dat het niet bestond, dat dergelijke verhalen bedoeld waren om meer geld voor politie te
    krijgen. En toen bevoeren wij al met onze hasjkotters de wereldzeeën. We blijven toch een soort voc.
    Aan het einde van de jaren '80 drong het besef door. Ik ben bang dat Amsterdam toch een redelijk
    aantrekkelijke vestigingsplaats is geworden voor de georganiseerde criminaliteit.'

    Strakker beleid
    In de loop van de jaren '90 werd het beleid strakker. Coffeeshops mochten niet meer dan een paar
    honderd gram hasj in huis hebben, geen reclame maken, maximaal vijf gram per klant verkopen.
    Panden die overlast veroorzaakten werden dichtgetimmerd. Mede daardoor daalde het aantal
    coffeeshops tussen 1997 en 2002 met een kwart, van 1.179 tot 782. Inmiddels heeft het kabinet-
    Balkenende II opnieuw de knuppel in het hoenderhok gegooid door een onderzoek te gelasten naar de
    schadelijkheid van hasj en nederwiet. Als blijkt dat het THC-gehalte in nederwiet zo hoog is dat het
    schadelijk is voor de gezondheid, wil het kabinet deze 'softdrug' als harddrug gaan behandelen. En dus
    verbieden. OokWernard Bruining maakte de kentering van nabij mee. In 1985 had hij de eerste
    growshop in Europa geopend, Positronics, waar hij plantjes, zaden, lampen en andere apparatuur
    verkocht. 'Ik begon met een paar plantjes, maar het werd steeds meer business', zegt hij. Er kwamen
    steeds meer mensen op af, steeds meer media-aandacht, cameraploegen uit heel Europa. 'Er kwamen
    van die patjepeeërs met gouden kettingen die korting wilden als ze honderd lampen kochten. Die
    stuurde ik weg.' Er kwamen glossy hennepmagazines. 'Het is heel kapitalistisch geworden. Er wordt
    veel meer nederwiet geproduceerd dan de coffeeshops nodig hebben. De rest is voor de export, ook
    omdat grootschalige kweek een kwaliteit oplevert die onvoldoende is voor de coffeeshops.'
    Zo bezien creëerde het Nederlandse drugsbeleid een illegale markt waarmee miljoenenwinsten worden
    gemaakt. Hoeveel thuistelers Nederland telt is onbekend, maar feit is dat de politie dagelijks
    kwekerijen ontmantelt. 'Tot de jaren '90 waren de coffeeshops voor zo'n 80 procent afhankelijk van
    hasj uit Marokko', zegt Mario Lap, directeur van de stichting Drugtext, een internationaal
    informatiecentrum voor verdovende middelen. 'Tweederde van de softdrugs in de coffeeshops bestaat
    nu uit nederwiet.' Wel lijkt het erop dat de oorspronkelijke bedoeling van de coffeeshop, het scheiden
    van de markten voor softdrugs en harddrugs, geslaagd is. 'Dat er in coffeeshops altijd harddrugs
    aanwezig zijn, is een groot misverstand', zegt Wernard Bruining. 'Coffeeshop eigenaren zijn er als de
    dood voor, want harddrugs zijn voor de politie de beste reden om een tent dicht te gooien. Net als
    wapens. Coffeeshops zijn de meest veilige horecagelegenheden. Als iemand in een coffeeshop over
    harddrugs begint, wordt hij eruit gegooid.'

    Inmiddels zijn volgens criminoloog Frank Bovenkerk van het Willem Pompe Instituut wel nieuwe
    criminele netwerken ontstaan rond de cannabis markt. De georganiseerde misdaad heeft zich op de
    thuisteelt gestort. 'Veel bedreigender dan de handel is datje in steden en woonwagenkampen godfathers
    hebt die de overheid buitenspel zetten, die overheidsfunctionarissen omkopen of bedreigen om ze
    buiten de wijk te houden.' De grootste fout die de overheid volgens betrokkenen maakte was dat alleen
    de verkoop aan de voordeur van de coffeeshops werd gereguleerd. Hoe zij zelf aan hun hasj en wiet
    kwamen bleef onbesproken. Dat de georganiseerde criminaliteit zich op die markt stortte, is volgens
    onderzoeker Nicole Maalsté juist het gevolg van het ontbreken van die schakel. 'Het is een beetje
    vreemd om te zeggen dat het drugsbeleid niet heeft gewerkt. Het drugsbeleid houdt op bij de
    achterdeur van de coffeeshop. De overheid wil de bevoorrading niet regelen, dus kreeg je mensen die
    daar ingesprongen zijn. Daardoor is er een soort vrije markt voor hennep teelt ontstaan.' Winnie
    Sorgdrager: 'We konden de achterdeur niet regelen, dat was internationaal niet te verkopen', zegt ze.
    'Wij hebben gezegd: laten we niet openlijk bediscussiëren wat de gemeenten zelf doen, want de Franse
    ambassadeur luistert mee.'

    Dat probleem is nog steeds actueel. In 2000 nam de Kamer zelfs een motie aan waarin staat dat de
    toelevering van softdrugs moet worden gereguleerd, maar toenmalig minister Korthals (Justitie)
    voerde de motie niet uit, omdat Nederland binnen Europa niette ver voor de muziek kon uitlopen. Dat
    had ook te maken met de intrede van een ander probleem, de opkomst van synthetische drugs. Net als
    bij het begin van de hasj cultuur begon de jeugd ook daar met een strikt recreatieve pil, die bekend
    stond als love-drug. Al in 1985 waren synthetische drugs in zwang bij de therapeutische Bhagwangemeenschap
    in Egmond aan Zee, schreef Arno Adelaars in 1991 in het boek Ecstasy, de opkomst van
    een bewustzijnsveranderend middel. De tabletten werden vooral populair in de house- en ravecultuur.
    Maar de productie en de handel viel snel in handen van criminelen. Bovendien raakten de synthetische
    drugs in opspraak, doordat er naast tamelijk onschuldige pillen steeds vaker gevaarlijke tabletten te
    koop werden aangeboden. Er vielen dodelijke slachtoffers.
    Harm reduction
    Maar is dan alles voor niets geweest? De coffeeshops en de synthetische drugs mogen de
    internationale aandacht opslokken, het Nederlandse drugsbeleid is breder. De bedoeling was de relatief
    onschuldige softdrugs markt te scheiden van de harddrugsmarkt, om te voorkomen dat hasjrokers in
    aanraking kwamen met andere middelen. Sinds de jaren '70 bouwden hulpverleners aan een complete
    infrastructuur voor het harddrugs circuit, gebaseerd op harm reduction, het zoveel mogelijk beperken
    van de gezondheidsschade. Een pionier was Erik Fromberg, die in 1975 in Amsterdam een
    opvangcentrum voor junks leidde voor wie afkicken 'volstrekt onhaalbaar' was. Hij was de eerste die
    junks schone naalden verstrekte. 'Ik zag al diejunks met gore spuiten.Je zag de bacteriën eroverheen
    kruipen. Onze dokter deed niets anders dan abcessen behandelen. Ik dacht: als die mensen toch moeten
    spuiten, dan maar met schone spuiten.'

    Fromberg kreeg veel kritiek, omdat hij junks in staat zou stellen drugs te gebruiken. 'In Amerika
    roepen ze nog steeds dat spuitomruil het verkeerde signaal geeft. Maar dat heb je daar nu ook, betaald
    door particulieren.' Samen met Zwitserland introduceerde Nederland meer noviteiten. In de steden
    kwamen gebruikersruimten en methadonprogramma's voor heroïneverslaafden. Inmiddels wordt in
    allerlei landen geëxperimenteerd met de verstrekking van heroïne. Ook daar heeft de scepsis plaats
    gemaakt voor pragmatisme. Maar tegenstanders wijzen op het gevaar dat daarmee een hele groep
    verslaafden wordt opgegeven. 'Het zou het mooiste zij n als je verslaafden van hun verslaving zou
    afhelpen', zegt Wim van den Brink, hoogleraar verslaving aan de Universiteit van Amsterdam. Hij
    onderzocht voor het kabinet de effecten van heroïneverstrekking. 'Mensen vergeten dat de meeste
    dokters patiënten niet genezen, maar proberen de symptomen onder controle te krijgen. Patiënten met
    diabetes of hoge bloeddruk worden ook niet genezen.' Uit onderzoek is gebleken dat
    afkickbehandelingen niet bij iedereen werken. Van den Brink: 'Zo'n behandeling werkt maar voor 10
    tot 15 procent van de verslaafden.' De overgrote meerderheid kan niet afkicken. 'Dan probeer je niet te
    genezen, maar te zorgen, bijvoorbeeld door methadonverstrekking.' Dan blijft nog zo'n 40 procent van
    de verslaafden over. 'Heroïneverstrekking is echt een laatste optie. Ik heb daar als dokter niet zoveel
    moeite mee.'

    Willem Lugthart behoort tot die kleine groep verslaafden die wél kon afkicken. Hij was zelf jarenlang
    verslaafd. 'Ik heb alles gebruikt wat er te krijgen was: heroïne, cocaïne, speed, pillen, lsd, hasj, wiet en
    veel alcohol. Mijn hersenen zijn zo bestookt met troep dat ik volgens artsen niet meer normaal zou
    moeten kunnen denken. Het is een wonder dat ik nog leef.' Lugthart kwam als 16-jarige in contact met
    hasj. 'Ik was aan het puberen, boos op mijn ouders en iedereen. Eerst dronk ik met vrienden bier, af en
    toe rookten we een stickie. Binnen een jaar zat ik middenin de drugsscene. Het was een tijd van
    feesten, meiden, drank en drugs. We hadden plezier, we waren vrij van het gezag. Maar het werd
    steeds erger.' Hij kwam terecht in het Arnhemse Spijkerkwartier, waar hij een woest leven van
    drugsgebruik, stelen en dealen leidde. 'Ik leefde op straat, zat veel in de gevangenis.' Lugthart zag
    zichzelf jaren later ergens in Wageningen in een spiegel met een spuit in zijn arm. 'Toen dacht ik je
    kunt nu twee dingen doen: je gaat dood of je kiest voor het leven. Ik ben toen zelf in een week van de
    heroïne afgekickt en heel ziek geweest.' In de kliniek De Hoop in Dordrecht kickte hij af. 'Ik denk dat
    als iemand mij destijds gratis heroïne had aangeboden, dat ik me had ingeschreven. Als je voor je
    drugs moet zorgen, leid je een onregelmatig bestaan, met perioden dat er weinig is. Je wordt heel erg
    ziek. Ik denk dat het goed is dat je je af en toe zo slecht voelt. Pas dan word je gedwongen keuzes te
    maken. Bovendien betwijfel ik of verslaafden die heroïne krijgen, uit de criminaliteit stappen. Dat was
    een onderdeel van het ritueel, net als scoren en spuiten.'

    Bolletjesslikkers
    Toch blijkt volgens hoogleraar Van den Brink dat de criminaliteit bij heroïneverstrekking sterk
    afneemt. 'Bij binnenkomst plegen ze gemiddeld 18 dagen per maand criminele activiteiten, aan het
    eind nog maar twee dagen.' Dat zijn cijfers waarmee justitie en politie tevreden kunnen zijn. Zelfs nu
    de opsporing van kleinschalige drugshandel geen prioriteit heeft, is justitie zwaar overbelast. Dat werd
    vooral duidelijk door de komst van de bolletjesslikkers uit het Caraïbisch gebied. Toen minister
    Donner vorig jaar toegaf dat het weinig zinvol was ze allemaal op te sluiten, bleef harde kritiek
    achterwege. Feitelijk betekende dat een uitbreiding van het gedoogbeleid. Iedereen die met minder dan
    drie kilo harddrugs arriveert op Schiphol gaat vrijuit.

    Frits Bakker, president van de rechtbank in Haarlem, het arrondissement waaronder Schiphol valt,
    erkent dat het drugsprobleem een zware wissel trekt op de strafrechtketen. 'Dat geldt voor de
    Haarlemse rechtbank in extreme mate.' Het arrondissement opende zelfs een speciale vestiging op
    Schiphol. 'Op jaarbasis zijn twintig rechters bezig met het berechten van drugs criminaliteit. Wij
    stoppen alleen al vanuit Haarlem het halve gevangeniswezen vol met drugskoeriers.' Bakker zegt dat
    zijn rechtbank vooral moeite heeft met het drugsbeleid, omdat het 'niet duidelijk en niet standvastig' is.
    Inmiddels geldt dat onduidelijke gedoogbeleid ook in toenemende mate voor harddrugs. Dat levert
    voor de rechtbank een dilemma op: moet iemand die met een kilo cocaïne op de Grote Markt in
    Haarlem wordt opgepakt een zware vrijheidsstraf krijgen, terwijl een drugs koerier die op Schiphol
    arriveert met 2,5 kilo cocaïne wordt heengezonden? 'Tot op heden is de stelling van onze strafkamer
    geweest dat het onvergelijkbare gevallen zijn en dat het beleid op Schiphol bijzonder is gegeven de
    situatie van dit moment, en dat de handelaar die in Haarlem wordt aangehouden, zich niet kan
    beroepen op het feit dat een ander wordt heen gezonden', zegt Bakker. 'Maar het blijft moeilijk uit te
    leggen.'

    Overigens stelt Bakker dat ook opsporingsdiensten in andere Europese landen pragmatisch aankijken
    tegen de drugsproblematiek. Op veel plaatsen wordt feitelijk een vergelijkbaar gedoogbeleid gevoerd,
    al wordt daar in de politiek niet over gesproken. Landen waar de politie consequent jaagt op
    cannabisgebruikers heeft Europa niet meer, zegt hoofdcommissaris Van Riessen. 'In Frankrijk of
    Spanje wordt niemand vastgehouden voor gebruikershoeveelheden. Alleen wordt er niet over
    gesproken. Wij doen dat wel, en we proberen het ook nog in het buitenland te verkopen. Kijk ons eens
    mooi gedoogbeleid voeren! Daar heb ik me wel kloterig over gevoeld.' Engeland voerde dit jaar
    officieel een vorm van gedoogbeleid voor cannabis in. Gebruiker: krijgen eerst een waarschuwing.
    Ook in België en veel Duitse deelstaten worden gebruikershoeveelheden door de vingers gezien. Zelfs
    in Zweden bestaat een zekere mate van gedogen, zegt drugsonderzoeker Dolf Tops, een Nederlander
    die sinds 1977 in Zweden woont. 'In Malmö gaan speciale brigades van de politie op gezette tijden
    achter jongeren met cannabis, aan. Ze nemen ze mee uit kroegen naar het politiebureau om hun urine
    te testen.'

    Volgens strafrechtdeskundige Louk Hulsman is 'drugsbeleid' eerder per stad in te delen dan per land.
    'Het nationale drugsbeleid zegt niet zoveel, ook niet in een land als Frankrijk.' Anderen delen die
    mening. Volgens de Amsterdamse drugsonderzoeker Peter Cohen is Europa de Nederlandse kant
    opgegaan. 'Om opportunistische redenen. In de politiek word! het tegenovergestelde gezegd, maar op
    de werkvloer blijkt dat door het enorme aantal potentiële zaken overal strategieën zijn ontstaan om de
    werkdruk te verminderen. Heel veel handel en gebruik wordt liever niet gezien. De Duitse politie doet
    aan de grens met Nederland niets tegen mensen die uit coffeeshops komen.' Die discrepantie tussen
    harde politiek-ideologische taal en de uitvoeringspraktijk op lokaal niveau bleek vorig jaar uit
    onderzoek van het Amerikaanse onderzoeksbureau RAND. In opdracht van de ministeries van
    Volksgezondheid van België, Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en Nederland keken zij naar de
    effectiviteit van het cannabisbeleid. In de meeste landen hebben lokale opsporingautoriteiten een
    zekere autonomie. Als de politie in een regio onvoldoende mankrach t of financiële middelen heeft,
    blijkt het onmogelijk het landelijke beleid uit te voeren. In de meeste landen bestaat een tendens
    cannabis gebruik te decriminaliseren, alleen al omdat een strafblad wegens cannabis gebruik wordt
    gezien als een buitenproportionele sanctie die grote consequenties kan hebben voor iemands loopbaan.
    De commissie-Baan wees daar al in de jaren '70 op. Ondertussen wordt op Europees niveau volop
    nagedacht over het drugsbeleid. Met kleine stapjes, want het onderwerp blijft een hete aardappel. Dat
    zal nog blijken als Nederland dit jaar als EU-voorzitter moet komen met een nieuwe Europese
    'drugsstrategie'. Die bevat nu doelstellingen als een 'blijvend grote prioriteit voor het drugsvraagstuk'
    en 'een grote prioriteit voor drugs preventie en terugdringing van de vraag' - geen teksten waar drugs
    experts van achteroverslaan.

    Geslaagd of mislukt?
    Is het Nederlandse drugsbeleid nu geslaagd of mislukt? Een van de mogelijkheden om dat te meten is
    een vergelijking van het aantal drugsgebruikers in verschillende landen. Het Europese
    Waarnemingscentrum voor Drugs en Drugsverslaving (EWDD) vergelijkt jaarlijks de aantallen
    drugsgebruikers. Daarbij valt op dat, ondanks de 700 coffeeshops, minder Nederlandse jongeren
    softdrugs gebruiken dan jongeren uit Frankrijk, Groot-Brittannië, Spanje of Duitsland. Wat betreft het
    gebruik van cocaïne zit de Nederlandse bevolking in de middenmoot. Met het gebruik van ecstasy
    scoren Nederland en Engeland hoger dan de rest, al is het aantal gebruikers van synthetische drugs op
    zijn retour, nu ook de house- en ravecultuur hun beste tijd gehad hebben. Het aantal
    heroïneverslaafden is in Nederland met 25.000 al jaren het laagste in Europa. In landen als Portugal en
    Luxemburg ligt dat aantal verhoudingsgewijs drie keer zo hoog, in Italië, Engeland en Wales, Zweden,
    Spanje, Ierland en Frankrijk twee keer zo hoog.

    Toch concluderen veel onderzoekers dat het aantal drugsgebruikers in een land niets te maken heeft
    met het beleid. Hoogleraar Wim van den Brink: 'Je hebt landen meteen heel restrictief drugsbeleid,
    zoals Amerika, waar je de hoogste drugsgebruikers cijfers van de wereld hebt. Je hebt landen meteen
    heel restrictief beleid, zoals Zweden, waar die cijfers vrij laag zijn. Dan heb je landen met een liberaal
    beleid, zoals Nederland, met gemiddelde gebruikerscijfers. Er zijn ook landen met een liberaal beleid,
    zoals Denemarken, waar hele hoge gebruikerscijfers zijn. We moeten het Nederlandse drugsbeleid dus
    ook niet te veel propageren.' Onderzoekers en politici zijn het er wél over eens dat het drugsbeleid
    invloed heeft op de manier waarop een samenleving met gebruikers omgaat. 'We stoppen in Nederland
    liever geen jongeren die drugs gebruiken in de gevangenis, omdat ze daar niet beter van worden', zegt
    Van den Brink 'We doen veel aan preventie en behandelen degenen met verslavingsproblemen. We
    hebben daarom in Nederland een veel ruimer behandel aanbod voor drugsverslaafden dan andere
    landen. Wij hebben contact met ongeveer 70 procent van alle heroïneverslaafden, in Amerika is dat 10
    procent.'

    Volgens criminoloog Tim Boekhout van Solinge heeft het beleid zelfs invloed op de
    levensverwachting van verslaafden. 'In Nederland hebben veel heroïnegebruikers al grijs haar, de
    gemiddelde leeftijd is bijna 40. Onder de 25 jaar vind je ze vrijwel niet meer.' Die jonge
    heroïneverslaafden zijn er juist wel in Stockholm, in Moskou en in Glasgow. 'Verslaafden zijn in
    Nederland goed zichtbaar rond de stations. Junks zien er ongezond uit. Dat heeft een
    afschrikwekkende werking. In andere landen moeten ze zich verstoppen voor de politie en blijft het
    probleem onzichtbaar. Daardoor wordt dat leven aantrekkelijker.'

    Zweeds voorbeeld
    Een vergelijking met Zweden, wat drugs bestrijding betreft het meest repressieve land in Europa,
    levert schokkende resultaten op, zegt Dolf Tops. Voor zijn promotie in 2001 aan de Universiteit van
    Lund vergeleek hij de drugsaanpak in Zweden en Nederland. Zo is spuitomruil in Zweden nog steeds
    niet ingevoerd, omdat de overheid geen verkeerd signaal wil afgeven. Maar met het ontbreken van
    dergelijke maatregelen wordt bewust een hele groep verslaafden opgeofferd, meent Tops. 'Sinds de
    jaren '80 zijn duizenden doden gevallen. Vorig jaar stierven meer dan vierhonderd mensen door drugs,
    een verviervoudiging sinds 1995. Dat komt door een overdosis, doordat ze op straat leven, doordat er
    geen voorzieningen zijn. Het Zweedse drugsbeleid is crimineel. Over twintig jaar komt de vraag: hoe
    heeft dit ooit kunnen gebeuren?'

    Veel van de Nederlandse maatregelen ter beperking van de gezondheidsrisico's werden in andere
    Europese landen wel overgenomen, Zwitserland liep vaak voorop. Toch bleven spuitomruil,
    gebruikersruimten en methadonverstrekking elders jarenlang taboe. In de jaren '80, toen bekend werd
    dat vuile spuiten hiv konden verspreiden, raakte de spuitomruil in zwang. Ook Frankrijk ging daardoor
    overstag. 'Door aids was het geen individueel probleem meer, maar een kwestie van nationale
    volksgezondheid', zegt Boekhout van Solinge. 'Als de bedreiging te groot wordt, wint het
    pragmatisme.' Hetzelfde geldt voor de verstrekking van methadon. In Engeland, waar jaarlijks vele
    honderden drugsdoden vallen, krijgen tegenwoordig 40.000 verslaafden methadon. 'Het principe van
    harm reduction is de grote verdienste van het Nederlandse drugsbeleid', zegt Gerry Stimson,
    hoogleraar volksgezondheidswetenschappen aan het Imperial College in Londen. 'Nederland heeft
    aangetoond dat er alternatieven zijn voor een strafrechtelijke behandeling van drugsgebruikers. In veel
    landen is een kentering gekomen in het denken.' Dat beaamt het Europees Waarnemingscentrum voor
    Drugs en Drugsverslaving. 'De gezondheidszorg en het sociaal en onderwijsbeleid worden steeds
    belangrijker bij het terugdringen van drugs gerelateerde problemen', schreef het EWDD in het
    jaarverslag 2003. 'Steeds vaker wordt ook erkend dat het strafrechtelijk systeem alleen niet altijd in
    staat is om de problemen als gevolg van problematisch drugsgebruik aan te pakken.'

    Legalisering
    Toch is in Nederland de discussie nog lang niet uitgewoed, vooral als het gaat om de coffeeshops. De
    achterdeurproblematiek had op de één of andere manier geregeld moeten worden, vinden velen. 'Als
    burger ben ik voor legalisering van softdrugs', zegt rechtbankpresident Bakker. Hij signaleert dat de
    maatschappelijke opvattingen over drugsgebruik de laatste jaren snel zijn veranderd. 'Het is kennelijk
    voor de burger ook niet zo erg meer dat mensen met de smokkel van drie kilo cocaïne worden
    heengezonden. Ik heb nergens vlammende protesten gehoord.' Bakker is echter geen voorstander van
    het vrijgeven van alle drugs. 'Je kunt dat niet los zien van de verdragen die we hebben ondertekend.
    Dan krijgen wij een positie als een soort narcostaat.' Hoogleraar verslaving Wim van den Brink vindt
    dat het drugsbeleid positief heeft uitgewerkt waar het de volksgezondheid betreft. 'Het heeft ertoe
    geleid dat wij weinig drugsdoden hebben. Wij hebben richtlijnen voor houseparty's bedacht, met regels
    voor schone pillen, voldoende water, chili-out rooms, omdat bleek dat oververhitting en uitdroging een
    verhoogd risico op doden gaf. Een andere indicatie van het succes van het Nederlandse beleid is
    misschien het feit dat we met het aantal heroïneverslaafden onderaan de lijst staan. In elk geval heeft
    ons beleid er blijkbaar niet toe geleid dat iedereen maar van alles gebruikt.' Ook Franz Trautmann van
    het Trimbos Instituut is uiteindelijk niet negatief over het Nederlandse drugs beleid. 'Nederland heeft
    gekozen voor een beleid dat op feiten en onderzoek is gestoeld, niet op de ideologie van een drugsvrije
    maatschappij. Dat is ook onzin. Het drugsprobleem is genormaliseerd, net als abortus, of euthanasie.'
    Nicole Maalsté vindt zelfs dat het drugsprobleem 'enorm wordt overdreven'. 'Al die ophef. Als je het
    gewoon vrijgeeft, dan levert dat een enorme geldbesparing op in de opsporing enje voorkomt een hoop
    ellende. Waarom zouden mensen meer drugs gaan gebruiken als het vrij verkrijgbaar is? Zo lang je
    maar aangeeft dat er risico's aan verbonden zijn. Mensen moeten de vrijheid krijgen om zelf te bepalen
    of ze dat risico willen nemen.' Zo denkt ook gepensioneerd hulpverlener Erik Fromberg erover. 'Al het
    drugsgebruik heeft maar één doel: de behoeften van de binnenwereld in overeenstemming te brengen
    met de eisen van de buitenwereld. Sommige mensen lopen elke dag een halve marathon om die drugs
    zelf te genereren. Ook dat werkt verslavend. Dat is een alternatieve heroïneverslaving, en een
    uitermate tijdrovende manier om het effect van een shotje heroïne te ondergaan.'

    Oud-minister Hedy d' Ancona blijft het 'bespottelijk' vinden dat Nederland de achterdeurproblematiek
    van de coffeeshops nooit heeft kunnen regelen. 'Maar dat was in het CDA-kamp onbespreekbaar. Alsje
    nu ziet dat het coffeeshop circuit toch onderdeel is geworden van keiharde criminaliteit, kun j e
    achteraf zeggen dat het anders had gemoeten. Er moeten geen mensen zijn die er zo krankzinnig veel
    aan verdienen. Je moet proberen om het uit de criminele sfeer te houden. Als je de achterdeur regelt, is
    er een wereld gewonnen.' Volgens Winnie Sorgdrager, voorheen minister van Justitie, kan Nederland
    niet zoveel anders doen dan het huidige beleid voortzetten. 'Oplossen kun je het probleem niet meer,
    watje ook doet. Het kon onder Van Agt nog wel, maar nu zitje nog veel meer gevangen in de
    verdragen. We hebben in de jaren '90 wel eens vluchtig gedacht aan kwekerijen met een vergunning
    voor de hennep teelt, maar we concludeerden al snel dat dat heel moeilijk zou zijn binnen de
    verdragen.' Bovendien zou de Nederlandse hasjroker volgens haar geen genoegen nemen met het
    louter roken van neder wiet. Het importeren van drugs is volgens de verdragen helemaal uit den boze.
    Het reguleren van de achterdeur is moeilijk, maar niet onmogelijk, geeft Sorgdrager toe.

    'Dat het nooit geregeld is, is politieke onwil en angst voor het buitenland', vindt Mario Lap van
    Drugtext. Hij schreefbeginjaren '90 namens het toenmalige Nederlands Instituut voor Alcohol en
    Drugs (de voorloper van het Trimbos Instituut) een cannabis wet, die in de Kamer werd ingediend
    door Groenlinks. In de wet was alles geregeld: er zouden speciale kwekerijen moeten komen, die
    alleen met een vergunning van de inspecteur voor de volksgezondheid onder strenge voorwaarden
    cannabi mogen verbouwen. Als de productie en de toelevering aan de 'verkoopinrichtingen' streng
    worden gecontroleerd door een overheidsbureau, bij voorbeeld de Keuringsdienst van Waren, en er
    geen handel met het buitenland plaatsvindt, kunje de achterdeur regelen, ondanks alle internationale
    verdragen, meent Lap. 'Dan zou je alleen in Nederland geproduceerde cannabisproducten mogen
    verkopen binnen Nederland.' Handel met het buitenland is uitgesloten volgens de verdragen. Maar in
    de Tweede Kamer was er geen meerderheid voor. En dus worden de coffeeshops nog steeds
    bevoorraad door een mistig circuit van leveranciers, variërend van de kleine thuis teler met de officieel
    toegestane vijf plantjes in het raamkozijn tot de uiterst professioneel opgezette hennepplantages met
    tienduizenden planten. Legaal en illegaal lopen door elkaar, dus nagenoeg alle coffeeshops krijgen
    vroeg aflaat met illegale leveranties te maken. Omdat coffeeshops maar 500 gram cannabis in
    voorraad mogen hebben, maken zij gebruik van stash-ruimten van burgers die tegen betaling graag een
    voorraadje in hun appartement houden.

    Is het Nederlandse beleid daarmee mislukt Sorgdrager: 'We hebben bereikt dat er een scheiding is
    tussen harddrugs en softdrugs. Maar de softdrugs zijn niet meer zo soft als destijds, er zijn te veel
    coffeeshops en de criminaliteit eromheen is harder en uitgebreider dan we hadden gehoopt. Maar is het
    nu zoveel slechter als wanneer we niets hadden gedaan?' Wat de coffeeshops betreft is het volgens haar
    een kwestie van krachtiger de regels handhaven, om de overlast terug te dringen. 'Als dat voor de
    horeca kan, moet dat ook voor coffeeshops kunnen. Nu heerst er een sfeer dat alles maar moet kunnen.
    Dat is geen kwestie van gedogen, maar een kwestie van een lakse houding. Handhaaf dan.' Oudcoffeeshophouder
    Bruining vindt dat de politiek te weinig lef toont. 'We zijn een klein landje met
    kleine politici. Ze zouden het aan de markt moeten overlaten om een oplossing te bedenken voor de
    achterdeur. Politici hebben geen idee waar ze het over hebben. Een groep mullahs kun je ook niet
    uitleggen dat een café gezellig is en dat een biertje lekker smaakt bij rijsttafel.'

    500 miljard dollar-markt
    Maar uiteindelijk ligt de oorzaak van het probleem in een verder verleden. Doordat drugs bijna
    honderd jaar geleden werden verboden, is de markt uitgegroeid tot een van de grootste handelssectoren
    op aarde. De VN berekenden ooit dat in de drugshandel 400 tot 500 miljard dollar per jaar omgaat.
    Alleen alom die reden scharen weinig betrokkenen in Nederland zich achter het mondiale verbod.
    Hulpverlener Erik Fromberg vindt het nog steeds naïef dat het liberale Amerika, dat heilig gelooft in
    de werking van de markt, denkt 'datje met een verdragje of een opiumwetje middelen kunt verbieden
    waarnaar al gedurende de hele geschiedenis van de mensheid vraag is'. Wetenschapper Peter Cohen
    ziet in het wereldwijde drugsverbod 'een voortzetting van het geloof in externe machten, vergelijkbaar
    met heksen vroeger, die de menselijke autonomie kunnen ontvoeren'. Eeuwen geleden, zegt Cohen,
    dachten mensen dat de duivel de ziel kon kidnappen. 'Zo denken ze nu nog over drugs. Drugs zijn
    slecht voor een mens? Ja, maar topsport is ook afschuwelijk voor je lijf, en een expeditie naar de
    Noordpool ook.'

    Juist door de strafbaarstelling zijn drugs gevaarlijker gemaakt dan ze waren, vinden mensen als Cohen,
    Maalsté, Fromberg en Hulsman. Cohen: 'We zijn gewend om mensen die we junks noemen uit de
    sociale verbanden te houden en ze te marginaliseren. De grootste schade wordt toegebracht, doordat
    drugs illegaal worden verhandeld. Stoffen zijn niet zuiver, er hangt een gewelddadige markt omheen
    en gebruikers komen in de gevangenis. Mensenrechten wordt geweld aangedaan. Het Nederlandse
    beleid veroorzaakt beduidend minder schade dan het beleid van Amerika of Zweden.' Volgens
    Hulsman maken regeringen bovendien de fout dat zij in zaken treden die hen niet aangaan. 'De staat
    heeft geen barst te maken met wat mensen eten, drinken en roken. Dat doen families en kerken. De
    staat moet een gezondheidsbeleid voeren en informatie geven.'

    Zelfs rechtbankpresident Bakker denkt dat de maatschappij beter af zou zijn als de
    opsporingsautoriteiten zich minder met drugshandel zouden bezighouden. 'Dan komt er een geweldige
    opsporingscapaciteit vrij. Als burger zou ik het wel prettig vinden als de dief eindelijk eens wordt
    gepakt, nadat mijn fiets voor de zoveelste keer is gejat. Als blijkt datje het drugsprobleem langs
    strafrechtelijke weg niet onder controle kunt krijgen, vind ik datje je moet afvragen of het wel zin
    heeft om daarmee door te gaan, net als de Amerikanen in de jaren '30 deden met alcohol. Als burger
    zeg ik: dat heeft geen zin.'

    Geef die rommel vrij
    En hoofdcommissaris Van Riessen? Aanscherping van het coffeeshop beleid, zoals minister Donner
    wil, lost volgens hem niets op. 'Er is geen probleem, dus wat moet er opgelost worden? Als we
    daaraan capaciteit moeten besteden, is dat heel vervelend. Dan kunnen andere dingen dus niet. Het
    softdrugsbeleid is een succes, want die scheiding is gelukt. Daardoor zijn veel jongeren niet aan de
    harddrugs geraakt. Ik zeg: gooi die achterdeur open, geef die rommel vrij. Het zou goed zijn voor het
    toerisme en onze export. Nederwiet is kwalitatief heel goed spul. Stop de hele wereld maar vol, daar is
    niets mis mee. Leg mij het verschil uit tussen alcohol, sigaretten en softdrugs. Veel ouderen krijgen het
    voorgeschreven. Laat ze hun laatste jaren lekker een sjaffie roken. Als hasj nou hetzelfde effect heeft
    als prozac, dan is dat toch prima?'

    Maar zover is het nog lang niet. Kijkend naar de rest van de wereld is het onwaarschijnlijk dat drugs
    ooit legaal zullen worden. Uit de rondgang blijkt één ding: het Nederlandse drugsbeleid is verre van
    feilloos geweest, maar laat het buitenland het niet wagen er kritiek op te hebben. Veel Nederlandse
    betrokkenen vinden toch dat ons drugsbeleid betere resultaten heeft gehad waar het gaat om
    gezondheid en positie van gebruikers. Maar het niet regelen van de hennep productie en de levering
    aan de coffeeshops zijn twee van de oorzaken geweest van de onstuimige groei van de georganiseerde
    criminaliteit.

    Onder invloed van alle Europese kritiek in de jaren '90 is Nederland ermee opgehouden zijn
    drugsbeleid als het enige juiste te propageren. Net zoals de Zweden, geplaagd door eigen problemen,
    hun restrictieve beleid minder opzichtig proberen te verkopen. In de praktijk lijken de EU-landen
    enigszins naar elkaar toe te groeien als het gaat om het beheersen van de gezondheidsrisico's van
    drugsgebruik. Vermoedelijk ligt daar het aanknopingspunt voor een gezamenlijk beleid.

    Overzicht drugs

    1. Heroïne
    Heroïne is een opiaat. Het is een chemisch veranderde vorm van uit de papaverplant gewonnen
    morfine. Heroïne is eind 19de eeuw voor het eerst gemaakt door de Duitse farmaceut Heinrich Dreser.
    Bayer bracht het als medicijn op de markt. De reactie met azijnzuur die Dreser uitvoerde, had een
    middel opgeleverd dat sterker pijnstillend en hoestdempend werkte dan morfine. Junks gebruiken
    heroïne vooral om een kortdurende euforische flash op te wekken. Die geeft een gevoel van
    lichamelijk welbehagen. Pijn, angst en ongeluksgevoelens verdwijnen tijdelijk. Heroïnegebruik leidt
    tot geestelijke en lichamelijke afhankelijkheid. De stof is veel verslavender dan hasj en cocaïne.
    Alcohol en nicotine zijn op hun beurt weer verslavender dan heroïne.
    Bij lichamelijke afhankelijkheid is een steeds hogere dosis nodig om het euforisch gevoel te bereiken.
    Bij onthouding ontstaan akelige lichamelijke reacties (cold turkey). Langdurige gebruikers raken
    emotioneel afgestompt. Een deel van de heroïneverslaafden raakt in een onbeheersbare neerwaartse
    spiraal van geldgebrek, verwaarlozing, onaangepast gedrag, kleine criminaliteit, relatieverlies,
    huisuitzetting en straatleven. Uit programma's om langdurig verslaafden op medische indicatie gratis
    heroïne te verstrekken blijkt dat zowel verslaafden als de maatschappij daarvan profiteren. De
    gezondheid en het sociale leven van de verslaafden verbetert en hun omgeving heeft minder last van
    diefstal en bedelen.

    2. Cocaïne
    Wit poeder, gewonnen uit de bladeren van de cocaplant. Gebruikers snuiven het door een rietje (in
    films meestal vanaf een spiegeltje) of spuiten het, opgelost in water, in een ader. Cocaïne stimuleert,
    verdrijft de slaap en onderdrukt het hongergevoel. De Azteken kenden de effecten al. De stof werd
    eind negentiende eeuw in Europa een populair geneesmiddel. Het verslavend effect van cocaïne ligt
    tussen dat van heroïne en hasj. Lichamelijke afhankelijkheid ontstaat niet Maar sommige gebruikers
    hebben wel het gevoel dat ze zonder coke niet normaal of creatief functioneren.Veelgebruikers putten
    hun lichaam uit, vermageren, kunnen agressief worden, of angstaanvallen en waanvoorstellingen
    krijgen. Wie stopt na fors gebruik loopt een flinke kans op een depressie. Crack, base of gekookte coke
    is een chemisch veranderde variant van cocaïne met een directer en heviger effect. Crack wordt
    gemaakt door cocaïne te koken in een basische oplossing (bijvoorbeeld bakpoeder opgelost in water).
    Door de chemische verandering is de cocaïne geschikt om te roken of te basen (uit een pijpje, of vanaf
    aluminiumfolie waar een vlammetje onder wordt gehouden). De gebruiker krijgt een zeer snelle,
    kortdurende prettige sensatie. Die snel overgaat in een opgefokt, lusteloos gevoel. De behoefte om snel
    opnieuw te gebruiken kan zeer sterk zijn. Crack is eigenlijk een andere drug dan cocaïne. Crack is net
    zo verslavend als heroïne en put het lichaam uit.

    3. Ecstasy
    Ecstasy-pillen bevatten (als ze goed zijn) de synthetische verbinding MDMA. Het is een stof met vele
    varianten die allemaal een wat andere werking hebben. MDMA is een socializer. De omgang met
    andere mensen wordt makkelijker. De omgeving ziet er ook plezieriger uit. Verder is MDMA een
    pepmiddel. Waarschijnlijk is de pepfunctie niet lichamelijk verslavend. De bewustzijnsverandering
    wel, in die zin dat een steeds hogere dosis nodig is om makkelijker in de omgang te worden. Maar ook
    voor weinig verslavende stoffen geldt: verslaving wordt bepaald door middel, persoonlijkheid en
    omgeving

    Er zijn dramatische sterfgevallen van discogangers die ecstasy hadden geslikt. Direct vanuit de
    danszaal naar het ziekenhuis en daar overlijden. Meestal waren de slachtoffers ook ernstig
    uitgedroogd. Ecstasy-pillen, dure consumpties en een warme omgeving kunnen een fatale combinatie
    zijn voor mensen die niet sterk op een dorstgevoel reageren, of van wie de lichaamsthermostaat niet
    voldoende alarmsignalen afgeeft. Er zijn aanwijzingen dat langdurig ecstasy-gebruik de hersenen
    aantast. Maar een geruchtmakend onderzoek uit eind 2002 waarin bij toediening van 'partydoses'
    hersenbeschadigingen bij apen werden aangetoond, bleek een jaar later onjuist. Het was de eerste keer
    dat in een gecontroleerd experiment bij proefdieren die evolutionair dicht bij de mens staan, schade
    werd aangetoond. Maar de apen hadden geen ecstasy, maar een amfetamine gekregen. De
    onderzoekers trokken hun artikel terug.

    4. Wiet en hasj
    Wiet en hasj zijn natuurproducten van de hennepplant (Cannabis sativa) Die plant maakt tientallen
    chemische verbindingen, maar vooral tetrahydrocannabinol geeft de ontspannende en lichthallucinerende
    werking. In Nederlandse geteelde wiet zitten, als gevolg van gewasselectie (en
    verbeterde groeiomstandigheden) de laatste jaren hogere concentraties van die stoffen dan
    gebruikelijk. Wiet of marihuana bestaat uit de verkruimelde gedroogde topjes van de vrouwelijke
    planten. De verzamelde en tot plakken geperste hars van de cannabisplant is hasj. Zowel hasj als wiet
    wordt meestal gerookt, in een uit een paar vloeitjes gedraaid sjekkie. Cannabisproducten zijn
    nauwelijks verslavend. Gewenning is er wel, vooral in sociale milieus waarin veel mensen blowen.
    Actueel is de vraag of veel blowen sch izofrenie veroorzaakt. Onder pas-gediagnosticeerde
    schizofrenen zitten onevenredig veel mensen die flink hebben geblowd. Maar die kunnen naar de
    cannabis hebben gegrepen om de dreigende onrust van de psychosen te onderdrukken. Het is nog
    steeds een kip of ei-kwestie. Los van wie er wetenschappelijk gelijk heeft, is het doorschieten naar
    schizofrenie een persoonlijk drama en een maatschappelijk probleem. Cannabis is na alcohol en tabak
    de meest geconsumeerde drug. Er zijn naar schatting 400.000 regelmatige gebruikers. Bij 5 tot 10
    procent worden gedragsproblemen versterkt door het cannabisgebruik.

    Wim Köhler

    Info: Met medewerking van Jos Verlaan [Wim Kohler] Rob Schoof, Wim Kohler
    en Jos Verlaan zijn redacteur van NRC Handelsblad. Otto Snoek is fotograaf.
    [streamer] De jeugd wilde in de jaren '70 geen 'materialistisch leven in een
    prestatiegerichte maatschappij', maar wilde een leven van creativiteit.

    Onderschrift: Bron: NPO, CEDRO. Lichte stijging gebruik van cannabis onder
    Nederlanders van 12 jaar en ouder Bron: EMCDDA. In Spanje en Nederland
    relatief veel ecstacy-gebruik Bron: EMCDDA. Britten van 15-34 jaar grootste
    cannabisgebruikers (EU-lidstaten + Noorwegen) Bron: EMCDDA. Britse jongeren
    (15-34 jaar) grootste cocainegebruikers (EU-lidstaten + Noorwegen) Bron:
    EMCDDA. Weinig problematische harddruggebruikers in Nederland Bron: EMCDDA.
    Accute sterfgevallen door druggebruik: Denemarken veel, Nederland weinig

    Foto-onderschrift: Onderzoekster Nicole Maalste: 'Het drugsbeleid hield
    bij de achterdeur op, en de misdaad is daarop ingesprongen.' Wim van den
    Brink, hoogleraar verslaving: 'Afkickbehandelingen werken maar voor 10 tot
    15 procent van de verslaafden.' Willem Lugthart was jarenlang verslaafd. 'Ik
    denk niet dat je uit de criminaliteit stapt als je gratis heroine krijgt.'
    Frits Bakker is president van de rechtbank in Haarlem. 'Het zou beter zijn
    als de opsporingsautoriteiten zich minder met de drugshandel zouden
    bezighouden.' Onderzoeker Peter Cohen: 'Zijn drugs slecht? Ja, maar topsport
    is ook afschuwelijk voor je lijf.' Onderzoeker Franz Trautmann: 'Nederland
    heeft gekozen voor een drugsbeleid dat is gestoeld op feiten en cijfers.'
    Bezoeker van een coffeeshop in Dordrecht rolt een joint. Linksboven:
    Hulpverlener en neurofysioloog Erik Fromberg was in 1975 de eerste die junks
    schone spuiten verstrekte. Linksmidden: Prof. Louk Hulsman pleitte er al in
    1968 voor drugs uit het strafrecht te halen. Linksonder: Wernard Bruining,
    oprichter van de eerste Amsterdamse coffeeshop. Rechtsboven: Trendy feest in
    Rotterdam. Wat cocainegebruik betreft zit Nederland in de middenmoot.
    Rechtsonder: Een dance-feest. In Nederland wordt relatief veel ecstasy
    gebruikt. Links: Gebruikersruimte voor harddrugverslaafden in de Pauluskerk
    in Rotterdam. Rechtsboven: Winnie Sorgdrager, minister van Justitie van 1994
    tot 1998. 'Ik was voor legalisering van softdrugs, maar internationaal kon
    het niet.' Rechtsmidden: Hoofdcommissaris Joop van Riessen (Amsterdam):
    'Geef die softdrugs vrij.' Rechtsonder: Hedy d'Ancona (minister van WVC van
    1989 tot 1994): 'We waren erg trots op ons beleid, maar we hadden te weinig
    oog voor de uitwassen.'
     
    Last edited: Jan 31, 2008
  2. Marcel

    Marcel Newbie

    Reputation Points:
    0
    Messages:
    1
    Joined:
    Jun 30, 2004
    Dat is een mooi en duidelijk stuk Alfa. Ik wil hier later op terugkomen het is nu beter om te gaan slapen.
     
    Last edited by a moderator: Oct 5, 2006
  3. Alfa

    Alfa Productive Insomniac Staff Member Administrator

    Reputation Points:
    14,298
    Messages:
    38,282
    Joined:
    Jan 14, 2003
    117 y/o from The Netherlands
    Is goed. Ik ben benieuwd.
     
  4. FrankenChrist

    FrankenChrist Iridium Member

    Reputation Points:
    567
    Messages:
    1,207
    Joined:
    Aug 20, 2004
    from belgium
    Qua drugs heb ik ook wat libertijnse opvattingen. Ik vind dat ze één voor één gelegaliseerd moeten worden, al dan niet met regularisatie.



    Eerst wiet, hash en afgeleiden, dan paddo's, dan XTC, enz.



    Het is niet toevallig dat Nederland* een voortrekker probeert te zijn, ze zijn altijd al innovators geweest. Dat zit er gewoon in en dat bewonder ik heel erg. Belgen zijn een beetje meer timide en onzeker heb ik zo de indruk.



    *of tenminste "veel Nederlanders" als we gaan muggeziften
     
  5. P4nic

    P4nic Gold Member

    Reputation Points:
    1
    Messages:
    228
    Joined:
    Jun 28, 2004
    uhm zo streng zijn ze nu ook weer niet hoor in de Warmoesstraat :) Als 16jarig jochie kon ik daar zonder problemen de coffeeshops in -en uitlopen. Europa wordt bestuurd door oude mannetjes, eenmaal die de pijp uit gaan zal het denk wel makkelijker worden ivm drugs enzo.
     
  6. P!MPJU!C3

    P!MPJU!C3 Newbie

    Reputation Points:
    17
    Messages:
    299
    Joined:
    Jul 13, 2004
    Ik denk dat het het beste is alle drugs legaal te maken.


    Hoewel veel vrienden van muh crimineel bezig zijn geloof ik toch dat criminaliteit slecht en destructief is en dus gestopt moet worden. Door drugs te legaliseren halen wuh zeker weten de angel uit de criminaliteit. Er word een hoog percentage van de totale inkomen van Europa en vooral Italie verdient in de drugshandel, illegale prostitutie en dat soort criminele zaken. Vooral de drugshandel is de moneymaker binnen het criminele circuit. Door het legaliseren van drugs zal veel georganiseerde criminaliteit(mafia) te gronde gaan. Ook zullen de gevangenissen een stuk minder vol zijn. Er zijn dan eenmaal geen dealers meer die kunnen worden opgesloten.


    Natuurlijk is de criminaliteit niet de enige reden waarom ik geloof dat drugs geligaliseerd moet worden. Door drugs legaal te maken zorgen we ook in zekere zin datdegebruikers van de drug veilig zijn. Door het legaliseren van drugs komt er toezicht van de staat op de productie van drugs. Ze zorgen dat de gebruiker goede kwalitiet drugs krijgt voor een goede prijs. Ook kan ze de drug verkopen als een soort medicijn. Zo kan worden vermeld dat bij een zekere dosis de gebruiker verzekerd is van een goede afloop. Door dat mensen niet weten wat ze gebruiken of hoeveel ze ervan moeten gebruiken sterven jaarlijks velen. Door het legaliseren van drugs is dit verleden tijd.


    Niet alleen gebruiker en justitie hebben baat bij het legaliseren van drugs. Ook zullen de gewone burgers profiteren van het feit dat drugs gelegaliseerd worden. Door het verdwijnen van de criminaliteit en de illigaliteit rond drugs verdwijnen ook de junks en de dealers van straat. Deze mensen zorgen jaarlijks voor veel problemen voor de "gewone mens." Om de gebruiker van de straat te houden zal er wel een zekere gebruikersruimte moeten komen. Dit moet niet veel anders zijn dan een prettige bar met een entree vanaf een ftsoenlijke leeftijd als 21. De drug moet worden verkocht in een soort beveiligde apotheek tegen een hele redelijke prijs.


    Ik heb zoveel meer voorbeelden en dingen die ik wil toevoegen, maarjaah, ik ben het kwyt.


    P!MPJU!C3
     
  7. robertone

    robertone

    Reputation Points:
    418
    Messages:
    291
    Joined:
    Sep 27, 2005
    Mijn complimenten Alfa,

    Moet het nog eens wat meer nauwgezet lezen, maar van wat ik vluchtig heb meegekregen is mijn indruk dat het een correct en historisch juist artikel is. Het deed me vooral een plezier om te lezen hoe vanuit de 'gedoogde' huisdealer de coffeeshop is ontstaan. Hierbij merk ik echter op dat de huisdealer werd getolereerd in meerdere sociëteiten dan de door jou genoemde en ook tot doel had om de handel, dat voor een grote overlast zorgde, van de straat af te krijgen. De coffeeshop, hoewel er ook een paar theehuizen waren zoals je al terecht tot uitdrukking bracht, kwam uiteindelijk als verlengstuk van de thuisdealer tot stand omdat er voor de vestiging van een coffeeshop (koffiehuis) of theehuis geen vestigingseisen bestonden. Dat laatste gaat overigens ook op voor de smartshop; er bestonden geen vestigingseisen voor het openen van een smartshop. De eerste smartshop ooit is overigens als galerie geopend.

    Voorts las ik een stukje over het ontstaan van de grote criminaliteit die door het gedoogbeleid zou zijn ontstaan. Ook hier heb ik een kanttekening: Ik ben namelijk van mening dat deze grote criminaliteit niet door het gedoogbeleid alleen is ontstaan, maar ook door het gevoerde opsporingsbeleid. In de praktijk nam de pakkans van de hash en/of drugshandelaar namelijk af naar mate zijn aggressiviteit en/of organisatie structuur groter was. Ik sluit zelfs niet uit dat dit door de overheid bewust zo is aangestuurd. Hierbij mag ook niet vergeten worden dat het Gladio netwerk (een door de CIA beheerde groepering die tot doel had een verzetsnetwerk te organiseren in het geval de USSR europa, of een deel daarvan, zou bezetten) voor een groot deel met crimineel verkregen gelden werd gefinancieerd, waaronder ook de grote nederlandse hashtransporten.


    Mijn ervaring is juist dat de opkomende generatie van bestuurders veel minder tolerant is als de oudere.

    Aan P!MPJU!C3: Ik ben het met je eens, maar zo simpel is het niet. Zodra je een regulering schept die een soort van verkoopsmonopolie kent, werkt dat prijsopdrijvend wat weer een bestaansbasis voor criminaliteit geeft. Zeker als de regering daarbij ook nog hoge belastingen op drugs gaat heffen! Het feit dat er in Nederland en België op dit moment nagenoeg geen illigale alcoholstook plaatsvind komt enkel en alleen doordat er een lucratievere en minder strafbaar (waaronder ook het vermijden van de wet op accijnzen) alternatief als drugshandel voorhanden was/is. Dat was tot aan het einde van de zestiger jaren wel anders, in die tijd was er ook nog een andere lucratieve handel; boter smokkel, welke met veel geweld gepaard ging. Het is overigens significant dat het einde van dat tijdperk samen viel met de inwerkingtreding van de nieuwe opiumwet, wat als gevolg had dat destijds alle bestaande alcohol en boter bendes overgingen op amfetamine smokkel en/of productie.
     
  8. nd

    nd Silver Member

    Reputation Points:
    0
    Messages:
    13
    Joined:
    Jul 10, 2006
    43 y/o
    suuuper mooi stukje.
    ik heb er ook nooit problemen mee gehad al jochie in kerkrade, het zuidelijk epicentrum.
    hier hebben trouwens de "buurtbewoners" zelf ingegrepen en een paar panden in brand gestoken, de waarheid is nooit aan het licht gekomen.
    en sinds begin dit jaar na 4 jaar afwezigheid uit nederland staat er een nieuw pand.
    maar in hoensbroek was dit beleid wel te voelen en dat vond ik maar goed ook.

    lang leve nederland, best place on earth