De Opiumwet

Discussion in 'Diverse drugs gerelateerde forums' started by xawego, Nov 19, 2004.

  1. xawego

    xawego Gold Member

    Reputation Points:
    106
    Messages:
    553
    Joined:
    Sep 4, 2004
    Kwam net wat leuks tegen op internet, zal het effe posten [​IMG]

    Wet van 12 mei 1928, tot vaststelling van bepalingen betreffende het opium
    en andere verdoovende middelen

    (Opiumwet [Versie geldig vanaf: 01-02-2000])

    ------------------------------------------------------------ ------------

    Geschiedenis: Staatsblad 1995, 554;Staatsblad 1996, 634;Staatsblad 1996,
    655;Staatsblad 1997, 510;Staatsblad 1999, 10;Staatsblad 1999, 30;Staatsblad
    1999, 167;Staatsblad 1999, 168;Staatsblad 1999, 243

    Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
    Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

    Allen, die deze zullen zien, of hooren lezen, salut! doen te weten:
    Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is, de
    bepalingen betreffende het opium en andere verdoovende middelen in
    overeenstemming te brengen met de bepalingen van het op 19 Februari 1925 te
    Genève tusschen Nederland en andere Staten gesloten internationale
    opiumverdrag;

    Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
    Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en
    verstaan bij deze:

    Artikel 1
    1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne;
    b. substantie: stof van menselijke, dierlijke, plantaardige of
    chemische oorsprong, daaronder begrepen dieren, planten, delen van
    dieren of planten, alsmede micro-organismen;
    c. preparaat: een vast of vloeibaar mengsel van substanties;
    d. middel: substantie of preparaat;
    e. Enkelvoudig Verdrag: het op 30 maart 1961 te New York tot stand
    gekomen Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen (Trb. 1963,
    81), zoals gewijzigd bij het op 25 maart 1972 te Genève tot stand
    gekomen Protocol tot wijziging van dat verdrag (Trb. 1987, 90);
    f. Psychotrope Stoffen Verdrag: het op 21 februari 1971 te Wenen tot
    stand gekomen Verdrag inzake psychotrope stoffen (Trb. 1989, 129).

    2. Voor toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen worden
    de zouten van de substanties met die substanties gelijkgesteld.
    3. Voor de toepassing van deze wet wordt onder vervaardigen begrepen
    raffineren en omzetten.
    4. Onder binnen het grondgebied van Nederland brengen van middelen, bedoeld
    in de artikelen 2 en 3, is begrepen: het binnen het grondgebied van
    Nederland brengen van de voorwerpen of goederen, waarin die middelen
    verpakt of geborgen zijn en elke op het verder vervoer, de opslag, de
    aflevering, ontvangst of overdracht gerichte handeling, met betrekking tot
    die middelen, die binnen het grondgebied van Nederland zijn gebracht, of
    tot de voorwerpen of goederen, waarin die middelen verpakt of geborgen
    zijn.
    5. Onder buiten het grondgebied van Nederland brengen van middelen, bedoeld
    in de artikelen 2 en 3, is begrepen: het buiten het grondgebied van
    Nederland brengen van de voorwerpen of goederen, waarin die middelen
    verpakt of geborgen zijn en het met bestemming naar het buitenland
    vervoeren, ten vervoer aannemen of ten vervoer aanbieden, het ten uitvoer
    dan wel ten wederuitvoer aangeven, daaronder begrepen het in kennis stellen
    van de wederuitvoer, in de zin van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de
    Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling
    van het communautair douanewetboek (PbEG L 302) of het in, op of aan een
    naar het buitenland bestemd vaar-, voer- of luchtvaartuig aanwezig hebben
    van die middelen, of van die voorwerpen of goederen.

    Artikel 2
    1. Het is verboden de middelen, vermeld op de bij deze wet behorende lijst
    I, dan wel aangewezen krachtens het tweede of derde lid:

    A. binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen;
    B. te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren,
    te verstrekken of te vervoeren;
    C. aanwezig te hebben;
    D. te vervaardigen.

    2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen worden aangewezen:

    a. bewustzijnsbeïnvloedende middelen, welke bij aanwending bij de mens
    kunnen leiden tot schade voor zijn gezondheid en schade voor de
    samenleving;
    b. middelen, welke onder de werking van het Enkelvoudig Verdrag of van
    het Psychotrope Stoffen Verdrag zijn gebracht.

    3. Indien aanwijzing van een middel krachtens het tweede lid in overweging
    is, en naar het oordeel van Onze Minister een onverwijlde voorziening is
    vereist, kan aanwijzing geschieden bij besluit van Onze Minister.
    Dit besluit blijft, behoudens eerdere intrekking, van kracht, totdat de
    algemene maatregel van bestuur waarbij het betreffende middel wordt
    aangewezen, in werking treedt, doch uiterlijk tot een jaar na het in
    werking treden van het besluit.
    4. Een besluit ingevolge het derde lid wordt geplaatst in de Nederlandse
    Staatscourant.

    Artikel 3
    1. Het is verboden de middelen, vermeld op de bij deze wet behorende lijst
    II:

    A. binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen;
    B. te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af
    te leveren, te verstrekken of te vervoeren;
    C. aanwezig te hebben;
    D. te vervaardigen.

    2. Lijst II kan ten aanzien van middelen welke onder de werking van het
    Psychotrope Stoffen Verdrag zijn gebracht, bij algemene maatregel van
    bestuur worden gewijzigd.

    Artikel 3a
    1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen middelen en toepassingen
    worden aangewezen, waarvoor de in de artikelen 2 en 3 omschreven verboden
    geheel of ten dele niet gelden.
    2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot de in de
    artikelen 2 en 3 bedoelde middelen voorschriften worden gegeven om naleving
    van de bepalingen van het Enkelvoudig Verdrag en van het Psychotrope
    Stoffen Verdrag te verzekeren of om misbruik van die middelen te voorkomen.

    Artikel 3b
    1. Elke openbaarmaking, welke er kennelijk op is gericht de verkoop,
    aflevering of verstrekking van een middel als bedoeld in artikel 2 of
    artikel 3 te bevorderen, is verboden.
    2. Het in het eerste lid vervatte verbod geldt niet ter zake van
    openbaarmaking in het kader van medische of wetenschappelijke voorlichting.

    Artikel 4
    1. Het is verboden een middel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, of 3,
    voor te schrijven op recept, tenzij het middel daartoe, in het belang van
    de volksgezondheid, is aangewezen bij algemene maatregel van bestuur. Bij
    de maatregel kunnen voorschriften worden gesteld ter zake van het recept en
    het doel waarvoor een middel wordt voorgeschreven.
    Een krachtens de eerste volzin vastgestelde algemene maatregel van bestuur
    treedt niet eerder in werking dan acht weken na de datum van uitgifte van
    het Staatsblad waarin hij is geplaatst.
    Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der
    Staten-Generaal. In het belang van de volksgezondheid kan, in afwijking van
    de eerste volzin, bij ministeriële regeling een middel worden aangewezen
    dat mag worden voorgeschreven op recept, zolang het middel tevens is
    aangewezen krachtens artikel 2, derde lid.
    2. Het bestellen van enig middel, in de artikelen 2 en 3 bedoeld, door
    houders van een verlof, bedoeld in het eerste lid van artikel 6, en door
    apothekers, apotheekhoudende artsen en dierenartsen, bedoeld in het tweede
    lid van artikel 6, mag slechts geschieden met inachtneming van nader door
    Onze Minister te geven voorschriften.
    3. Het is verboden ter verkrijging van enig middel, in de artikelen 2 en 3
    bedoeld:

    a. een vals of vervalst recept aan te bieden;
    b. een recept aan te bieden, waarin een andere naam of een ander adres
    is vermeld dan de naam of het adres van degene te wiens behoeve het
    recept is voorgeschreven.

    4. Het is een persoon ten aanzien van wie een in artikel 6, vijfde lid,
    bedoeld besluit geldt, verboden enig middel, in de artikelen 2 en 3
    bedoeld, voor te schrijven.

    Artikel 5
    1. Het verbod, gesteld in artikel 2, eerste lid, A, en het verbod, gesteld
    in artikel 3, eerste lid, A, is niet van toepassing in geval het brengen
    binnen of buiten het grondgebied van Nederland geschiedt met verlof van
    Onze Minister en met inachtneming van de door of vanwege Onze Minister te
    geven voorschriften. Deze voorschriften kunnen verschillen voor de
    onderscheidene middelen, in die artikelen bedoeld.
    2. Voor een in het eerste lid bedoeld verlof kan een vergoeding worden
    geheven volgens een tarief, overeenkomstig bij algemene maatregel van
    bestuur te stellen regelen.

    Artikel 6
    1. Onverminderd de bij algemene maatregel van bestuur gestelde
    voorschriften ter zake van de aflevering van Opiumwetmiddelen op recept, is
    een verbod als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder B, C en D, en in
    artikel 3, eerste lid, onder B, C en D, niet van toepassing voor zover Onze
    Minister schriftelijk verlof heeft gegeven tot het verrichten van een in
    die bepalingen bedoelde handeling. Voor een verlof kan een jaarlijkse
    vergoeding worden geheven volgens een tarief dat overeenkomstig bij
    algemene maatregel van bestuur te stellen regels wordt bepaald.
    2. Een verbod als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder B en C, en in
    artikel 3, eerste lid, onder B en C, is tevens niet van toepassing:

    a. ten aanzien van gevestigde apothekers en apotheekhoudende artsen,
    indien zij krachtens artikel 4, eerste lid, aangewezen middelen voor
    geneeskundige doeleinden bereiden, bewerken, verwerken, verkopen,
    afleveren, verstrekken, vervoeren of aanwezig hebben en deze
    werkzaamheden geschieden binnen de normale beroepsuitoefening;
    b. ten aanzien van dierenartsen, indien zij krachtens artikel 4,
    eerste lid, aangewezen middelen voor diergeneeskundige doeleinden
    verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren of aanwezig hebben.

    3. Onverlet de bij algemene maatregel van bestuur gegeven voorschriften,
    zijn de verboden, voor zoveel betreft het verstrekken en het vervoeren,
    gesteld in artikel 2, eerste lid, B, en in artikel 3, eerste lid, B, en de
    verboden, gesteld in artikel 2, eerste lid, C, en in artikel 3, eerste lid,
    C, mede niet van toepassing op bij vorenbedoelde maatregel aangewezen
    instellingen en op hen die aantonen dat zij de in dat artikel bedoelde
    middelen in de bevonden hoeveelheid tot uitoefening van de geneeskunst, de
    tandheelkunst, of van de diergeneeskunst dan wel voor eigen geneeskundig
    gebruik behoeven of krachtens wettelijk voorschrift in voorraad moeten
    hebben en langs wettige weg verkregen hebben.
    4. De in de artikelen 2 en 3 gestelde verboden met betrekking tot het
    vervoeren en het aanwezig hebben zijn mede niet van toepassing op hen die
    aantonen dat zij de middelen vervoeren in opdracht van een daartoe
    bevoegde.
    5. Indien een persoon bevoegd tot het afleveren onderscheidenlijk tot het
    voorschrijven van de in de artikelen 2en 3 bedoelde middelen wegens het
    niet naleven van een krachtens dit artikel gegeven voorschrift bij
    herhaling is veroordeeld, kan Onze Minister, gehoord de door Ons aangewezen
    hoofdinspecteurs van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid, bepalen dat
    het tweede onderscheidenlijk derde lid voor die persoon niet meer geldt.
    6. Een beschikking als bedoeld in het vijfde lid, geldt voor een termijn
    van ten hoogste vier jaren. Van de beschikking wordt mededeling gedaan aan
    degenen die bevoegd zijn tot afleveren van de in de artikelen 2 en 3
    bedoelde middelen.

    Artikel 7
    1. Onze Minister kan een verlof als bedoeld in artikel 6, eerste lid,
    slechts verlenen:

    a. aan personen of instellingen die ten genoegen van Onze Minister
    aantonen dat zij het verlof nodig hebben voor wetenschappelijke of
    instructieve doeleinden;
    b. voorzover het belang van de volksgezondheid zulks vordert:
    1°. aan hen die in het bezit zijn van een uitsluitend tot
    het afleveren van geneesmiddelen verleende vergunning als
    bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d, van de Wet op de
    Geneesmiddelenvoorziening;
    2°. aan hen die in het bezit zijn van een vergunning tot het
    bereiden van geneesmiddelen en het afleveren daarvan als
    bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d, van de Wet op de
    Geneesmiddelenvoorziening en ten genoegen van Onze Minister
    aantonen dat zij de in de artikelen 2 en 3 bedoelde middelen
    zullen vervaardigen in uitsluitend daartoe aangewezen en
    nauwkeurig omschreven lokaliteiten;
    3°. aan anderen, ten behoeve van de Staat, in geval van
    oorlog, oorlogsgevaar, daaraan verwante of daarmee verband
    houdende buitengewone omstandigheden.

    c. voor zover het belang van de gezondheid van dieren zulks vordert
    aan hen die in het bezit zijn van een vergunning, bedoeld in artikel
    21, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet.

    2. Een verlof kan worden verleend onder beperkingen. Aan een verlof kunnen
    voorschriften worden verbonden om naleving van de bepalingen van het
    Enkelvoudig Verdrag en van de bij of krachtens deze wet gestelde bepalingen
    te verzekeren, of om misbruik van de middelen, waarop een verlof betrekking
    heeft, te voorkomen.
    3. Een verlof kan worden ingetrokken indien:

    a. het belang van de volksgezondheid zulks vordert;
    b. de houder van het verlof handelt in strijd met de bij of krachtens
    deze wet gegeven voorschriften of met de aan het verlof verbonden
    voorschriften.

    4. De intrekking geschiedt bij een beschikking van Onze Minister; daarbij
    kan een termijn worden gesteld, binnen welke de handelaar of de fabrikant
    zich van zijn vóór de intrekking op wettige wijze verkregen voorraad zal
    kunnen ontdoen met inachtneming van de voorschriften door Onze Minister te
    stellen.

    Artikel 7a
    Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet
    zijn belast de ambtenaren van het Staatstoezicht op de volksgezondheid.

    Artikel 8
    Met het opsporen van de feiten, strafbaar gesteld in deze wet zijn, behalve
    de bij of krachtens artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering
    aangewezen personen, belast de ambtenaren van de rijksbelastingdienst,
    bevoegd inzake douane.

    Artikel 9
    1. De opsporingsambtenaren hebben, voor zover dat redelijkerwijs voor de
    vervulling van hun taak nodig is, toegang:

    a. tot de vervoermiddelen, met inbegrip van woongedeelten, waarvan hun
    bekend is, of waarvan redelijkerwijze door hen kan worden vermoed, dat
    daarmede ingevoerd of vervoerd worden of dat daarin, daarop of daaraan
    bewaard worden of aanwezig zijn middelen, bedoeld in de artikelen 2 of
    3, eerste lid;
    b. tot de plaatsen, waar een overtreding van deze wet gepleegd wordt
    of waar redelijkerwijze vermoed kan worden, dat zodanige overtreding
    gepleegd wordt.

    2. Zij zijn bevoegd een persoon verdacht van een bij deze wet als misdrijf
    strafbaar gesteld feit, bij het bestaan van ernstige bezwaren tegen deze
    aan lichaam en kleding te onderzoeken.
    3. Zij zijn te allen tijde bevoegd tot inbeslagneming van daarvoor vatbare
    voorwerpen. Zij kunnen daartoe hun uitlevering vorderen.

    Artikel 10
    1. Hij die handelt in strijd met:

    a. een in artikel 2, eerste lid, het in artikel 3b, eerste lid, of een
    in artikel 4, derde of vierde lid, gegeven verbod;
    b. een der krachtens artikel 3a, tweede lid, artikel 4, eerste of
    tweede lid, artikel 5, eerste lid, of artikel 6, tweede of derde lid,
    gegeven voorschriften;
    c. een der voorschriften verbonden aan een verlof als bedoeld in
    artikel 6 of gesteld bij de beschikking tot intrekking als bedoeld in
    artikel 7,

    wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van
    de vierde categorie.
    2. Hij die opzettelijk handelt in strijd met het in artikel 2, eerste lid,
    onder C, het in artikel 3b, eerste lid, of het in artikel 4, derde lid,
    gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier
    jaren of geldboete van de vijfde categorie.
    3. Hij die opzettelijk handelt in strijd met het in artikel 2, eerste lid,
    onder B of D, gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten
    hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.
    4. Hij die opzettelijk handelt in strijd met een in artikel 2, eerste lid,
    onder A, gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste
    twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.
    5. Indien het feit, bedoeld in het tweede onderscheidenlijk het vierde lid,
    betrekking heeft op een geringe hoeveelheid, bestemd voor eigen gebruik,
    wordt gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde
    categorie opgelegd.

    Artikel 10a
    1. Hij die om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10,
    voor te bereiden of te bevorderen:

    1°. een ander tracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen,
    mede te plegen of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn of om
    daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen,
    2°. zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het
    plegen van dat feit tracht te verschaffen,
    3°. voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere
    betaalmiddelen voorhanden heeft, waarvan hij weet of ernstige reden
    heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat
    feit,

    wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete
    van de vijfde categorie.
    2. Niet strafbaar is hij die de in het eerste lid omschreven feiten begaat
    met betrekking tot het binnen of buiten het grondgebied van Nederland
    brengen van een geringe hoeveelheid, bestemd voor eigen gebruik.

    Artikel 11
    1. Hij die handelt in strijd met een in artikel 3 gegeven verbod, wordt
    gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede
    categorie.
    2. Hij die opzettelijk handelt in strijd met een in artikel 3, eerste lid
    onder B, C of D, gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten
    hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
    3. Hij die in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelt
    in strijd met een in artikel 3, eerste lid, onder B, gegeven verbod, wordt
    gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de
    vijfde categorie.
    4. Hij die opzettelijk handelt in strijd met een in artikel 3, eerste lid
    onder A, gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste
    vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.
    5. Het tweede lid is niet van toepassing, indien het feit betrekking heeft
    op een hoeveelheid van de in onderdeel b van de in artikel 3, eerste lid,
    bedoelde lijst vermelde middelen van ten hoogste 30 gram.
    6. Het tweede en vierde lid zijn niet van toepassing, indien het feit
    betrekking heeft op een geringe hoeveelheid, bestemd voor eigen gebruik,
    van de in onderdeel a van de in artikel 3, eerste lid, bedoelde lijst
    vermelde middelen.

    Artikel 12
    Indien de waarde der zaken, waarmee of met betrekking tot welke de feiten,
    strafbaar gesteld in de artikelen 10, eerste, tweede, derde en vierde lid
    10a, eerste lid, en 11, tweede, derde en vierde lid, zijn begaan, of die
    geheel of gedeeltelijk door middel van die feiten zijn verkregen, hoger is
    dan het vierde gedeelte van het maximum der geldboete op die feiten
    gesteld, kan, ook indien het feit door een natuurlijke persoon is begaan,
    een geldboete van de naast hogere categorie worden opgelegd.

    Artikel 13
    1. De in artikel 10, eerste lid, en artikel 11, eerste lid, strafbaar
    gestelde feiten zijn overtredingen.
    2. De in artikel 10, tweede, derde, vierde en vijfde lid, in artikel 10a,
    eerste lid, en in artikel 11, tweede, derde en vierde lid, strafbaar
    gestelde feiten zijn misdrijven.
    3. De Nederlandse strafwet is toepasselijk op ieder die zich buiten
    Nederland schuldig maakt aan:

    a. een der in artikel 10a, eerste lid, strafbaar gestelde feiten
    voorzover die zijn gepleegd om het in artikel 10, vierde lid,
    strafbaar gestelde feit voor te bereiden of te bevorderen, dan wel
    b. poging tot of deelneming aan het in artikel 10, vierde lid,
    strafbaar gestelde feit.

    Artikel 13a
    Onverminderd het bepaalde in de artikelen 33 tot en met 35 en 36b tot en
    met 36d van het Wetboek van Strafrecht worden de in de artikelen 2 en 3
    bedoelde middelen verbeurd of aan het verkeer onttrokken verklaard.

    Artikel 13b
    1. De burgemeester is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang indien in
    voor het publiek toegankelijke lokalen en daarbij behorende erven een
    middel als bedoeld in artikel 2 of 3 wordt verkocht, afgeleverd of
    verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.
    2. Het eerste lid is niet van toepassing indien de desbetreffende lokalen
    gebruikt worden ter uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunst,
    de tandheelkunst of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers,
    artsen, tandartsen en dierenartsen.

    Artikel 14
    Deze wet kan worden aangehaald onder de titel "Opiumwet".

    Artikel 15
    Deze wet treedt in werking met ingang van een door Ons te bepalen dag.
    Op dat tijdstip vervalt de wet van 4 oktober 1919, Stb. nr. 592, houdende
    vaststelling van bepalingen, betreffende het opium en andere verdovende
    middelen, zoals deze wet gewijzigd is bij de wet van 29 juni 1925, Stb. nr.
    308.

    Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
    alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie
    zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

    Gegeven ten Paleize het Loo, den 12den Mei 1928

    WILHELMINA.

    De Minister van Arbeid, Handel en Nijverheid,
    J. R. SLOTEMAKER DE BRUINE.

    De Minister van Binnenlandsche Zaken en Landbouw,
    J. B. KAN.

    De Minister van Financiën,
    DE GEER.

    De Minister van Waterstaat,
    H. v. d. VEGTE.

    Uitgegeven den een en dertigsten Mei 1928.

    De Minister van Justitie,
    J. DONNER.

    ------------------------------------------------------------ ------------

    Lijst I. behorende bij de Opiumwet

    ------------------------------------------------------------ ------------

    A. Substanties, voorkomende op de Lijst I bedoeld in artikel 2, eerste lid
    van het enkelvoudig Verdrag

    Acetorphine
    Acetyl-alpha-methylfentanyl
    Acetylmethadol
    Alfentanil
    Allylprodine
    Alphacetylmethadol
    Alphameprodine
    Alphamethadol
    Alpha-methylfentanyl
    Alpha-methylthiofentanyl
    Alphaprodine
    Anileridine
    Benzethidine
    Benzylmorphine
    Betacetylmethadol
    Beta-hydroxfentanyl
    Beta-hydroxy-3-methylfentanyl
    Betameprodine
    Betamethadol
    Betaprodine
    Bezitramide
    Bolkaf en het concentraat1[1]
    Clonitazeen
    Coca blad
    Cocaïne
    Codoxim
    Desomorphine
    Dextromoramide
    Diampromide
    Diethylthiambuteen
    Difenoxine
    Dihydromorphine
    Dimenoxadol
    Dimepheptanol
    Dimethylthiambuteen
    Dioxaphetyl butiraat
    Diphenoxylaat
    Dipipanon
    Drotebanol
    Ecgonine 2[2]
    Ethylmethylthiambuteen
    Etonitazeen
    Etorphine
    Etoxeridine
    Fentanyl
    Furethidine
    Heroïne
    Hydrocodon
    Hydromorphinol
    Hydromorphon
    Hydroxypethidine
    Isomethadon
    Ketobemidon
    Levomethorphan
    Levomoramide
    Levophenacylmorphan
    Levorphanol
    Metazocine
    Methadon
    Methadon-tussenprodukt
    Methyldesorphine
    Methyldihydromorphine
    3-methylfentanyl
    3-methylthiofentanyl
    Metopon
    Moramide-tussenprodukt
    Morpheridine
    Morphine
    Morphine methobromide 3[3]
    Morphine-N-oxide
    MPPP
    Myrophine
    Nicomorphine
    Noracymethadol
    Norlevorphanol
    Normethadon
    Normorphine
    Norpipanon
    Opium
    Oxycodon
    Oxymorphon
    Para-fluorfentanyl
    PEPAP
    Pethidine
    Pethidine-tussenprodukt A, B en C
    Phenadoxon
    Phenampromide
    Phenazocine
    Phenomorphan
    Phenoperidine
    Piminodine
    Piritramide
    Proheptazine
    Properidine
    Racemethorphan
    Racemoramide
    Racemorphan
    Sufentanil
    Thebacon
    Thebaïne
    Thiofentanyl
    Tilidine
    Trimeperidine
    De isomeren van vorengenoemde substanties in alle gevallen waarin deze
    isomeren kunnen bestaan overeenkomstig de specifieke chemische aanduiding,
    met uitzondering van Dextromethorphan en Dextrorphan.
    De esters en ethers van vorengenoemde substanties.
    De zouten van vorengenoemde substanties met inbegrip van de zouten van de
    esters, ethers en isomeren ervan.
    Preparaten die één of meer van vorengenoemde substanties of hun zouten,
    esters, ethers of isomeren bevatten.
    Elk preparaat, dat hennephars bevat, met uitzondering van vaste mengsels,
    omschreven op lijst II, onderdeel B.

    B. Substanties, voorkomende op de Lijst II bedoeld in artikel 2, tweede lid
    van het Enkelvoudig Verdrag

    Acetyldihydrocodeïne
    Codeïne
    Dextropropoxyfeen
    Dihydrocodeïne
    Ethylmorphine
    Nicocodine
    Nicodicodine
    Norcodeïne
    Pholcodine
    Propiram
    De isomeren van vorengenoemde substanties in alle gevallen waarin deze
    isomeren kunnen bestaan overeenkomstig de specifieke chemische aanduiding.
    De zouten van vorengenoemde substanties met inbegrip van de isomeren.
    Preparaten die één of meer van vorengenoemde substanties of hun zouten
    bevatten.

    C. Substanties, voorkomende op de Lijst I behorend bij het Psychotrope
    Stoffen Verdrag

    Brolamfetamine
    Cathinon
    DET
    DMA
    DMHP
    DMT
    DOET
    Eticyclidine
    Lyserginezuuramide4[4]
    MDA (tenamfetamine)
    MDMA
    Mescaline
    4-methylaminorex
    MMDA
    N-ethyl MDA
    N-hydroxy MDA
    Parahexyl
    PMA
    Psilocine
    Psilocybine
    Rolicyclidine
    STP (DOM)
    Tenocyclidine (TCP)
    Tetrahydrocannabinol 5[5]
    TMA
    Preparaten die één of meer van vorengenoemde substanties bevatten.

    D. Substanties, voorkomende op de Lijst II van het Psychotrope Stoffen
    Verdrag

    Amfetamine
    Dexamfetamine
    Fenetylline
    Levamfetamine
    Levomethamfetamine
    Mecloqualon
    Metamfetamine
    Metamfetamine racemaat
    Methaqualon
    Methylphenidaat
    Phencyclidine
    Phenmetrazine
    Secobarbital
    Preparaten, die één of meer van vorengenoemde substanties bevatten.

    ------------------------------------------------------------ ------------

    Lijst II. behorende bij de Opiumwet

    ------------------------------------------------------------ ------------

    Onderdeel a

    1. Substanties, voorkomende op de Lijst III van het Psychotrope Stoffen
    Verdrag
    Amobarbital
    Buprenorphine
    Butalbital
    Cathine
    Cyclobarbital
    Flunitrazepam
    Gluthethimide
    Pentazocine
    Pentobarbital
    Preparaten, die één of meer van vorengenoemde substanties bevatten.

    2. Substanties, voorkomende op de Lijst IV van het Psychotrope Stoffen
    Verdrag
    Allobarbital
    Alprazolam
    Amfepramon
    Aminorex
    Barbital
    Benzfetamine
    Bromazepam
    Brotizolam
    Butobarbital
    Camazepam
    Chlordiazepoxide
    Clobazam
    Clonazepam
    Clorazepaat
    Clotiazepam
    Cloxazolam
    Delorazepam
    Diazepam
    Estazolam
    Ethchlorvynol
    Ethinamaat
    Ethylloflazepaat
    Etilamfetamine
    Fencamfamine
    Fenproporex
    Fludiazepam
    Flurazepam
    Halazepam
    Haloxazolam
    Ketazolam
    Lefetamine
    Loprazolam
    Lorazepam
    Lormetazepam
    Mazindol
    Medazepam
    Mefenorex
    Meprobamaat
    Mesocarb
    Methylphenobarbital
    Methyprylon
    Midazolam
    Nimetazepam
    Nitrazepam
    Nordazepam
    Oxazepam
    Oxazolam
    Pemoline
    Phendimetrazine
    Phenobarbital
    Phentermine
    Pinazepam
    Pipradrol
    Prazepam
    Propylhexedrine
    Pyrovaleron
    Secbutabarbital
    Temazepam
    Tetrazepam
    Triazolam
    Vinylbital
    Preparaten, die één of meer van vorengenoemde substanties bevatten.

    Onderdeel b

    Hennep, waaronder wordt begrepen elk deel van de plant van het geslacht
    Cannabis, waaraan de hars niet is onttrokken, met uitzondering van de
    zaden.
    Gebruikelijke vaste mengsels van hennephars en plantaardige elementen van
    hennep (zoals hashish, esrar, chiras en djamba), waaraan geen andere
    substanties zijn toegevoegd.

    ------------------------------------------------------------ ------------
    [1] <– Onder bolkaf wordt verstaan alle delen van de plant Papaver
    somniferum L. na het oogsten, met uitzondering van het zaad. Onder
    concentraat van bolkaf wordt verstaan het materiaal dat wordt
    verkregen door bolkaf te onderwerpen aan een behandeling ter
    concentratie van zijn alkaloïden.
    [2] <– Met inbegrip van de esters en derivaten die kunnen worden omgezet
    in ecgonine en cocaïne.
    [3] <– En andere vijfwaardige stikstof morphine-derivaten, met in begrip
    met name van de morphine N-oxide-derivaten, waarvan
    codeïne-N-oxide er één is.
    [4] <– Met inbegrip van de mono- en di-alkylamide-, de pyrrolidine- en
    morfolinederivaten en de daarvan verkregen middelen verkregen door
    invoering van methyl-, acetyl- of halogeengroepen.
    [5] <– Met inbegrip van de (stereo)-isomeren.
     
    1. 4/5,
      Super! deze lijst even online te hebben staan. klasse, bedankt!
      May 21, 2006
  2. anjin

    anjin Newbie

    Reputation Points:
    240
    Messages:
    136
    Joined:
    Sep 7, 2004
    from cote_divoire
    GHB was nog legaal in 2000 [​IMG]

    En apart dat speed op lijst 2 staat.. [​IMG]
     
  3. robertone

    robertone

    Reputation Points:
    418
    Messages:
    299
    Joined:
    Sep 27, 2005
    De grootste problemen met drugs ontstaan door de illigaliteit er van, inclusief de criminaliteit die er mee gepaard gaan.

    xawego quote in 2004 de inmiddels verouderde versie van de nederlandse opiumwet, de huidige versie is op 17 maart 2003 van kracht geworden. Hoewel, de tekst is eerst later, op 10 april 2003, gepubliceerd.

    De lijsten behorende bij de huidige opiumwet verschillen met die van de voorgaande wet. In ieder geval, amfetamine staat niet op lijst twee. Als anjin goed leest staat amfetamine vermeld in lijst I onder "D. Substanties, voorkomende op de Lijst II van het Psychotrope Stoffen Verdrag". Er wordt hier dus gesproken over lijst II van het Verdrag van Wenen niet Lijst II van de nederlandse opiumwet.

    Oud nieuws maar Swim kon het niet nalaten dit recht te zetten.