De Tien Geboden van Theo Maassen

Discussion in 'Nieuws over drugs' started by Alfa, May 19, 2006.

  1. Alfa

    Alfa Productive Insomniac Staff Member Administrator

    Reputation Points:
    14,178
    Messages:
    38,479
    Joined:
    Jan 14, 2003
    117 y/o from The Netherlands
    Theo Maassen (Oegstgeest, 1966) is cabaretier en acteur. In 1990 was hij de winnaar van het Groninger Studenten Cabaretfestival en het Rotterdamse cabaretfestival Camaretten. Zijn nieuwste, vijfde, theatershow, ’Tegen beter weten in’, werd lovend gerecenseerd. Maassen speelde ook in diverse speelfilms – waaronder ’Minoes’ en ’Amnesia’ – en hij is vanaf september te zien in de zesdelige Vara-serie ’Circus Waltz’.
    Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben
    „Ik vind de evolutietheorie niet bevredigend. Die verklaart, uiteindelijk, wel de ontwikkeling maar niet het ontstaan van het leven. Dat is een mysterie. En daar heb je meteen mijn bezwaar tegen georganiseerde godsdiensten: die komen met een verhaaltje over hoe het allemaal zit. Weg mysterie. Ik wil het mysterie een mysterie laten. Natuurlijk, ik ben nieuwsgierig – en ik heb er gaandeweg van alles over gelezen – maar ik ben nooit bewust op zoek gegaan naar het antwoord op de vraag waartoe we hier op aarde zijn. Ik zie het leven als een experiment en mezelf als proefkonijn. Om die reden heb ik hallucinerende drugs – lsd, paddo’s – gebruikt. Heel interessant, heel leerzaam. Wist je dat psylocibine, de stof die voor het hallucinogene effect zorgt, in de evolutie van de mens een belangrijke rol heeft gespeeld? Op een gegeven moment, toen veeteelt ontstond en ze dieren op weilanden gingen zetten, met een prikkeldraadje eromheen, kwam de ontlasting van die beesten op één en dezelfde plek terecht. Die ontlasting is een prima voedingsbodem voor de paddestoelen die dus door de koeien werden opgegeten, in de melk terecht kwamen en zo, uiteindelijk, in ons systeem belandden. Door die stof zijn onze hersens veranderd. We gingen andere verbindingen maken zijn een stuk slimmer geworden.
    Laatst las ik trouwens een berichtje in de krant over een man die beweerde dat Jezus hasjiesj gebruikte voor de olie waarmee hij mensen wonderbaarlijk kon genezen en dat iedereen die tegen drugs is eigenlijk anti-Christus is. Ik vind het prettig om over dat soort dingen na te denken. Ik ben nooit gestopt met experimenteren, al moet ik wel zeggen dat ik het grootste deel van de kluif wel zo’n beetje heb verhapstukt.”
    Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is
    „Tegenwoordig zijn de bad guys populair. Kijk maar naar al de videospelletjes, naar de pimps op MTV. Pooiers en boeven worden verheerlijkt. Ik ben nog van een generatie die opkeek tegen de Superhelden. Qua moraal zit ik nog altijd aan die kant: ik help een oud vrouwtje liever met oversteken dan dat ik haar van haar tasje beroof. Ik ben geen boef. Ik wil Batman zijn.”
    Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken
    „In mijn voorstelling maak ik eerst een paar grappen over de islam en dan ga ik even met Jezus aan de gang. Er zullen ongetwijfeld mensen zijn die zeggen: moet dat nou? Ja, dat moet. En ik leg ook uit waarom. Letterlijk zeg ik: ’Het is toch geweldig dat wij een profeet hebben die we belachelijk kunnen maken?’ Ik roep ook dat Jezus gelijk had. Dat er miljarden omgaan in de porno-industrie, maar dat niemand zich eens lekker afrukt op de naastenliefde. Het is in feite een verhaal over de liefde – ik ben pro-Jezus, ik zit alleen maar een beetje met hem te dollen. Dat mag. Islamieten raken zo snel in paniek, die denken bij iedere grap aan disrespect, terwijl humor juist hét middel is om tegenstellingen samen te brengen. Je hebt wel gelijk als je zegt dat mijn grappen over Jezus harder zijn dan die over Mohammed, maar ik moet ook aan mijn eigen veiligheid denken. Als ik op het toneel een scène zou spelen waarin ik zogenaamd op de wc zit en in plaats van wc-papier bladzijden uit de koran gebruik om mijn kont mee af te vegen, loop ik kans neergestoken of doodgeschoten te worden. Bovendien is het helemaal niet mijn bedoeling om die mensen zo kwaad mogelijk te krijgen, ik wil alleen het goede voorbeeld geven. Ik wil de islamiet verheffen; ik wil hem laten zien wat vrijheid van godsdienst kan betekenen.”
    Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen
    „Volgens mij is het belangrijk om je met een bepaalde regelmaat te bezinnen. Ik krijg het zelf nooit voor elkaar, maar je zou ook af en toe een dag moeten vasten. Goed voor je ingewanden en je smaakpapillen. Dat is waar de ramadan ook voor staat: bezinning, reiniging, ervoor zorgen dat dingen niet meer zo vanzelfsprekend zijn. Het is goed om die vanzelfsprekendheid van altijd maar eten, altijd maar drinken, altijd maar kopen, altijd maar televisie, altijd die herrie overal, te doorbreken. Ik zou me natuurlijk stierlijk vervelen, maar toch: ik zou geen bezwaar maken tegen een verplichte dag zonder afleiding.”
    Eer uw vader en uw moeder
    „Aan het eind van de voorstelling bedank ik, met een handgebaar naar boven, mijn ouders. Waarvoor? Dat ik ze mocht gebruiken voor de show – ik weet dat het oké is – maar sowieso, voor de manier waarop ze mij hebben opgevoed. Mijn vader was gewoon een zakenmannetje van de Mars in Veghel, een mannetje met een stropdas, maar hij heeft wel samen met mij xtc en psylo’s gebruikt omdat hij oprecht geïnteresseerd was in de dingen waar ik mee bezig was. En dat ik de openheid had erover te vertellen, zegt ook wel iets. Het was een wisselwerking: we reikten elkaar dingen aan. Ze gingen bij mijn zus op bezoek in Amsterdam, lazen de boeken die ze hun aanbeval, ze kwamen op onze feestjes waar ze met veel plezier in gesprek gingen met ’de jongelui’ – zoals zij onze vrienden noemden. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik op visite ging bij mijn ouders. Ik kon zijn wie ik was. Ik voelde me vrij. Ze hielden van me.
    Goed, voor mijn moeder heb ik me vroeger wel geschaamd. Ze had een raar gevoel voor situatie, hoe zeg je dat* ik denk dat ze jou na twee tellen bij je arm zou hebben gepakt om haar hele levensverhaal aan je te vertellen. Snap je? In een winkel riep ze: ’O nee, dat is véél te duur!’ in plaats van: ’Ik kijk nog heel even verder’. Ik herinner me dat ze een keer in De Kleine Komedie, na mijn voorstelling, voor allerlei bekende mensen zo’n beetje een eigen show ging opvoeren. Hartstikke gênant, natuurlijk, maar tegen die tijd was ik het eigenlijk wel gaan waarderen dat ze zo was. Mijn moeder had actrice willen worden. Ik ben de dingen gaan doen die zij graag had willen doen.
    Mijn vader was veel introverter. Een beschouwer. Iemand die het leuk vond erbij te zijn. Ik was trots op hem. Hij leek op De Man Van Zes Miljoen. Echt een knappe kerel. Ja, een held. Mijn vader was heel fysiek, heel pakkerig, iemand bij wie je je veilig voelde. Hij wist ook alles – wat achteraf helemaal niet zo bleek te zijn. Hij vertelde over de Grote Beer en de Kleine Beer en wij dachten dat hij wist hoe alle sterren heetten. Mijn vader is ook een tijd lang vader en moeder tegelijk geweest. Hij bracht ons naar bed, kwam de volgende ochtend naar de zolder om me wakker te kussen. Mijn moeder riep gewoon, onder aan de trap: ’Theo! Wakker worden!’ Als ze er al uitkwam, want meestal bleef ze tot halftien op bed liggen. Ik begreep van vriendjes dat moeders meestal opstonden om brood te smeren en hun kinderen uit te zwaaien naar school, maar ik vond het prima zo. Mijn moeder was gewoon niet zo’n ochtendmens. Als ze haar goede wil wilde tonen en naar beneden kwam, riepen wij, na tien minuten in koor: ’Ma, ga alsjeblieft weer lekker naar bed.’ Treurige figuur? Nee, helemaal niet. Ja, tragikomisch misschien, maar dat geldt toch voor ons allemaal?
    Toen mijn broertje op zijn zestiende aan leukemie overleed, heeft ze een flinke inzinking gehad. Mijn vader kon het, op een of andere manier, beter accepteren. Ik? Ik weet het niet* ik ben het eerste jaar na zijn dood heel kwaad geweest. Ik was negentien, zat midden in de eindexamenfeesten. Ik dronk te veel, was agressief – een verschrikkelijk iemand. Ik was woedend op de wereld; dat er zoveel klootzakken rondliepen terwijl hij dood was* Ja, ik mis hem nog, maar hoe kan ik je dat uitleggen? Er is een bloedband, een verbondenheid die nooit weggaat. Bij mijn ouders voel ik dat net zo. Vier jaar geleden stierf mijn moeder aan de gevolgen van een hersentumor, in 2005 kreeg mijn vader slokdarmkanker. Ja, het is wel veel hè? Ik weet niet zo goed hoe ik daarmee omga. Ik maak er grappen over in mijn show. Ik weet zeker dat ze daarom hadden kunnen lachen. Maar eigenlijk vind ik het gewoon moeilijk om te huilen. Mijn vader was heel dapper. De manier waarop hij met de dood omging heeft me geholpen, maar ik heb ook het gevoel dat me iets werd afgepakt. Er was geen verdriet, toen, het was goed zo. Het echte rouwen begint nu pas. Soms voel ik me zo alleen en verlaten.”
    Gij zult niet doodslaan
    „Dingen zijn nooit alleen maar goed of slecht. Geweld kan ook een vorm van passie zijn. Woede over onrechtvaardigheid – heb ik wel eens gelezen – is een van de hoogste vormen van liefde. Soms, als woorden niet meer helpen, is een bepaalde, gedoseerde mate van geweld wel geschikt om mensen duidelijk te maken dat ze te ver zijn gegaan. Agressief, ik? Nee, fel, misschien, maar niet agressief. Ik begrijp de associatie – en ik cultiveer die uitstraling ook wel een beetje op het podium om mensen alert te houden – maar in het dagelijks leven heb ik nooit ruzie. Op een bepaalde manier is zo’n houding voor sommige mensen ook aantrekkelijk; jongens die alleen maar videospelletjes spelen zien mij in een T-shirt met zo’n gun erop staan en denken: gaaf shirt! In plaats van: daar heb je weer zo’n loser die een beetje staat te preachen. En ondertussen kan ik dingen vertellen; er voor zorgen dat mijn boodschap toch naar binnen sijpelt. Ik wil oprecht* ja, oprecht iets vertellen, mensen deelgenoot maken van mijn zoektocht, van mijn gedachtewereld. Uit de reacties die ik op mijn programma’s krijg, kan ik opmaken dat het me soms lukt anderen verder te helpen. Het kan heel troostend zijn om erachter te komen dat je niet alleen bent met je gedachten.”
    Gij zult niet echtbreken
    „Ik vind ’mijn vriendin’ zoveel leuker klinken dan ’mijn vrouw’. Een vrouw heeft altijd van die armen; als ze naar je zwaait, gaat daar van alles bewegen. Een vriendin is sexy. Een vriendin blijft altijd een meisje. Mijn vriendin en ik zijn al zes jaar samen. Soms, als ze hier het hele weekend is, probeer ik me voor te stellen hoe het is om samen te wonen. Dat kan natuurlijk niet: het is net zoiets als je ogen sluiten en denken dat dát blind is. Ik weet het niet* ik moet alleen kunnen zijn. Zij denkt er net zo over, dus wat dat betreft passen we wel bij elkaar. Natuurlijk ben ik trouw. Echt. Nee, ze vallen helemaal niet met bosjes voor me – dat is trouwens iets waar ik helemaal niets van begrijp: waarom zoveel vrouwen zich aan Youp van ’t Hek schijnen op te dringen. Ik bedoel: ik heb hetzelfde beroep, de zalen zitten bij mij net zo vol en ik zie er – laten we eerlijk zijn – gewoon een stuk beter uit. Ik ben een seksueel véél aantrekkelijker wezen. Dat mag ik toch wel zeggen? Ik vind het een verschrikkelijke afknapper als vrouwen zich aanbieden op straat, in een café, of na de voorstelling. Het zijn ook nooit de interessantste vrouwen die dat doen. Nee, ik ben niet van steen, ik ben gemaakt van zwellichaam, maar ik heb een superleuke vriendin en we hebben heel goeie seks, dus het kost me geen enkele moeite om haar trouw te blijven.”
    Gij zult niet stelen
    „Ik las in het Eindhovens Dagblad dat de UEFA-cup, de echte, in het land is en dat hij extra streng wordt bewaakt. Ik zit hem wel een beetje in de gaten te houden, maar ik denk niet dat het me lukt die beker nog een keer te stelen. Dan moet ik geweld gebruiken. Ik lieg, ik steel, maar geweld, dat gaat me net iets te ver. De UEFA-cup die ik in 2001 uit het PSV-stadion stal, was een replica. Ik deed mee aan de televisieserie ’All Stars’. Ik speelde zo’n mannetje, een steward, iemand die daar een beetje rondloopt. Ze hadden voor de gelegenheid een kastje in elkaar getimmerd en er een paar prijzen in gezet. Ik pakte die cup op, hield hem boven mijn hoofd en liet hem, voor de gein, in een plastic tas zakken. Ik keek om mij heen – kijk eens, jongens, ik steel de UEFA-cup! – maar iedereen was aan het werk. Niemand zag wat ik had gedaan. Toen ben ik er maar mee naar buiten gelopen. Twee dagen later belde Kasper van Kooten (acteur uit ’All Stars’, red.) mij op: ’Hee, Theo, heb jij die beker soms gestolen? Mensen denken dat jij het hebt gedaan.’ ’Nee, man!’ zei ik kwaad, ’dat zou ik nooit doen! Hoe durf je me te bellen? Ik ben echt beledigd!’ Het was gewoon een geintje, maar ik wist ook niet zo goed hoe het verder moest. Uiteindelijk heb ik die beker na een halfjaar in ’Studio Sport’ aan Stan Valckx gegeven. Ik viel hem in de armen en begon zo’n beetje te huilen. Toen ik opkeek, zag ik dat mensen bezorgd naar me keken, of het wel goed ging met me en zo. Ze waren echt emotionally involved. En omdat ik het zo lullig vond om te zeggen ’Nee, jongens, niks aan de hand!’ ben ik er maar mee doorgegaan. Volgens mij denkt nog steeds iedereen dat ik het meende. Misschien is het toch niet zo verstandig om er nu mee naar buiten te komen* Nee, ik zit je niet te dollen! Echt niet.”
    Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste
    „Er is bij mij niet zo’n duidelijke scheidslijn tussen* tja, niet zozeer tussen waarheid en leugen, maar eerder tussen wat ik meen en wat ik niet meen. Ik hou ervan dingen uit te vergroten – of juist te verkleinen – omdat ik daarmee in leukere gebieden terechtkom. Spannender. Onzinniger. Ik heb grote moeite met gesprekken die allemaal over meetbare eenheden gaan: hoeveel weken gaan jullie op vakantie? Wat kost dat nou? Hoe zwaar ben je eigenlijk? In dat soort zaken ben ik helemaal niet geïnteresseerd! Wat kan mij het nou schelen of jij drie of vier weken naar Frankrijk gaat?
    Maar de waarheid* de waarheid, schreef iemand ooit, is de uitvinding van een leugenaar. Ik vind het een moeilijk gebied. Volgens moet je in een situatie altijd op zoek gaan naar wat op dat moment het beste, het meest liefdevolle is. Soms moet je daarvoor liegen. Ik weet niet of ik dan ook meteen minder oprecht ben. Wat ik op het toneel laat zien, komt sterk overeen met hoe ik er in het echt over denk: dat ik het ook allemaal niet zo goed weet. Mijn twijfels zijn theatraal interessanter dan de dingen die ik al weet. Neemt mijn twijfel toe? Ik zal het ongetwijfeld een keer gezegd hebben, maar nu jij daar zo mee komt, vraag ik me af of dat eigenlijk wel waar is* Misschien moet ik het zo zeggen: doordat ik, naarmate ik ouder word, een sterkere basis heb gekregen van dingen die wél helder en duidelijk voor mij zijn, kan ik het mezelf veroorloven heel ver te gaan in de dingen waarover ik nog twijfel. Ik weet dat die twijfel me niet onderuit zal halen, of ongelukkig zal maken. Omdat ik weet dat het, in principe, wel goed zit.”
    Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is
    „Ik streef ernaar met steeds minder toe te kunnen. Ik geef niks om sieraden of dat soort dingen. Een joggingbroek en een mooi T-shirt, dat is genoeg. Ik woon hier alleen, wat moet ik met een groter huis? In mijn vak ben ik een streber, een sport-iemand, competitief ingesteld. Vroeger wilde ik worden zoals Freek. Dat het filosofisch was, dat het ergens over ging: zoiets moest het worden. Of ik de beste ben? Natuurlijk wil ik de beste zijn, maar ik weet ook dat zoiets, in de kunst, geen meetbare eenheid is. Dan had ik maar moeten gaan zwemmen. Wat veel belangrijker is: ik heb het gevoel dat ik helemaal op mijn plek zit. Dit is wat ik wil doen.”



    Trouw/Arjan Visser