Gebruik van cocaïne in Nederland

Discussion in 'Cocaïne' started by Alfa, Sep 11, 2004.

  1. Alfa

    Alfa Productive Insomniac Staff Member Administrator

    Reputation Points:
    14,288
    Messages:
    38,277
    Joined:
    Jan 14, 2003
    117 y/o from The Netherlands
    Gebruik: Algemene bevolking
    • Volgens het NPO nam het aantal Nederlanders van 12 jaar en ouder dat ervaring heeft met cocaïne toe van 1997 tot 2001 (onderstaande tabel).[5] De resultaten van de 3e peiling, in 2005 verricht door het IVO, komen in 2006 beschikbaar.
    • Ook het percentage ooitgebruikers die cocaïne 25 keer of meer in hun leven hebben genomen - de ervaren gebruikers - steeg, van 23% in 1997 naar 29% in 2001.
    • Het percentage actuele gebruikers verdubbelde in deze periode maar bleef ruim beneden 1%. In absolute getallen is dit een toename van bijna 28.000 naar 55.000 actuele cocaïnegebruikers. Deze cijfers zijn vrijwel zeker een onderschatting, omdat probleemgebruikers van harddrugs in het NPO ondervertegenwoordigd zijn.
    • Consumptie van cocaïne komt het meest voor onder 20- t/m 24-jarigen. Ook de stijging in het aantal gebruikers tussen 1997 en 2001 was het grootst in deze leeftijdsgroep (onderstaande figuur).
    • Het aandeel actuele gebruikers dat (bijna) dagelijks cocaïne gebruikt nam toe van 1,8% in 1997 naar 4,5% in 2001.
    • In beide peiljaren hadden meer mannen dan vrouwen ervaring met cocaïne. In 1997 waren mannen bovendien vaker actuele consument dan vrouwen, maar dit verschil verdween in 2001 (onderstaande tabel).
    Tabel: Gebruik van cocaïne in Nederland onder mensen van 12 jaar en ouder. Peiljaren 1997 en 2001

    1997​
    2001​
    Heeft ooit gebruikt
    · Mannen
    · Vrouwen
    2,1%​
    2,9%​
    1,3%​
    2,9%​
    3,9%​
    1,9%​
    Heeft pas nog gebruiktI
    · Mannen
    · Vrouwen
    0,2%​
    0,3%​
    0,1%​
    0,4%​
    0,4%​
    0,4%​
    Heeft voor de eerste keer in het afgelopen jaar gebruikt
    0,3%​
    0,3%​
    Gemiddelde leeftijd van de actuele gebruikers
    29 jaar​
    29 jaar​
    I. In de laatste maand.
    Bron: NPO, CEDRO.
    Figuur: Cocaïnegebruikers in Nederland per leeftijdsgroep. Peiljaren 1997 en 2001

    [​IMG]Percentage gebruikers ooit in het leven en actueel (laatste maand) per leeftijdsgroep.
    Bron: NPO, CEDRO. De grote steden
    Het gebruik van cocaïne is niet evenredig gespreid over Nederland (onderstaande figuur).
    • In 2001 was het percentage actuele gebruikers in Amsterdam 4 keer hoger dan in niet-stedelijke gebieden.
    • In andere zeer sterk stedelijke gemeenten, waaronder Rotterdam, lag het aandeel actuele consumenten van cocaïne 3 keer hoger dan in niet-stedelijke gebieden.
    • De toename van het percentage ooitgebruikers en actuele gebruikers van cocaïne deed zich overal voor maar was bescheiden in Amsterdam.
    Figuur: Gebruik van cocaïne in grote steden en in niet-stedelijk gebied onder mensen van 12 jaar en ouder. Peiljaren 1997 en 2001
    [​IMG]Percentage gebruikers ooit in het leven en actueel (laatste maand). Definitie (CBS): Overige zeer sterk stedelijke gemeenten: met meer dan 2.500 adressen per vierkante kilometer, met uitzondering van Amsterdam en Rotterdam. Dit zijn: Delft, Den Haag, Groningen, Haarlem, Leiden, Rijswijk, Schiedam, Utrecht, Vlaardingen en Voorburg. Definitie van niet-stedelijke gemeenten: met minder dan 500 adressen per vierkante kilometer.
    Bron: NPO, CEDRO.
    Speciale groepen
    In vergelijking met de gemiddelde bevolking, komt cocaïnegebruik veel voor onder dak- en thuislozen en gedetineerden.
    • In 2002 had bijna de helft (47%) van de dak- en thuislozen in 20 Nederlandse gemeenten in de afgelopen maand crack geconsumeerd; 1 op de 2 (20%) gebruikte snuifcoke.[7]
    • In 2002 gebruikte 32% van de mannelijke gedetineerden in 8 Huizen van Bewaring dagelijks cocaïne/crack in de laatste 6 maanden voor detentie.[8]
     
    Last edited: Oct 1, 2006
  2. Alfa

    Alfa Productive Insomniac Staff Member Administrator

    Reputation Points:
    14,288
    Messages:
    38,277
    Joined:
    Jan 14, 2003
    117 y/o from The Netherlands
    Scholieren
    Volgens het Peilstationsonderzoek scholieren van het Trimbos-instituut gebruiken aanzienlijk minder leerlingen van het middelbaar onderwijs harddrugs, zoals cocaïne, dan cannabis.[12]
    • Van 1988 tot 1996 deed zich wel een stijging voor.
    • In de metingen van 1999 en 2003 zette deze trend zich niet voort. Het percentage leerlingen dat ooit of pas nog ervaring had met deze drug lijkt licht te dalen tussen 1996 en 2003, maar deze verschillen zijn niet significant (onderstaande figuur).
    • Meer jongens dan meisjes hebben ooit of pas nog cocaïne gebruikt.
    • De percentages cocaïnegebruikers lijken iets lager onder leerlingen met een hoger schoolniveau (VWO, HAVO) vergeleken met leeftijdgenoten van een lager schoolniveau (VMBO), maar deze verschillen zijn niet statistisch significant.
    Figuur: Gebruik van cocaïne onder scholieren van 12 jaar en ouder, vanaf 1988
    [​IMG]Percentage gebruikers ooit in het leven en actueel (laatste maand).
    Bron: Peilstationsonderzoek scholieren, Trimbos-instituut.
    Speciale groepen
    In bepaalde groepen jongeren komt de consumptie van cocaïne vrij vaak voor. Onderstaande tabel vat de resultaten samen van diverse studies. De cijfers zijn onderling niet goed vergelijkbaar vanwege verschillen in leeftijdsgroepen en methoden van onderzoek.
    • Jongeren in spijbelprojecten en zogenaamde 'school drop-outs' (zie tabelnoot II) rapporteren vaker cocaïnegebruik dan hun leeftijdgenoten op reguliere scholen.
    • Nog vaker wordt cocaïne geconsumeerd onder uitgaande jongeren en jonge volwassenen. Volgens de Antenne-monitor nam het percentage actuele gebruikers van cocaïne onder bezoekers van trendy clubs in Amsterdam tussen 1995 en 1998 toe van 14% naar 24%. Het ging daarbij vooral om het snuiven van cocaïne.[64] Van 1998 naar 2003 daalde het actuele gebruik van cocaïne weer naar het niveau van 1995 (14%).
    • Elders in het land lijkt de opmars van cocaïne zich onverminderd voort te zetten, met name in trendy clubs, discotheken and cafés.[20] Harde cijfers ontbreken echter. Volgens sleutelfiguren is er sprake van een normalisering van het cocaïnegebruik. De negatieve kanten en risico's beginnen echter steeds meer door te dringen. Sleutelfiguren nemen ook een 'stille stijging' waar van het roken van crack onder plattelandsjeugd.[20;65]
    • In het uitgaanscircuit wordt cocaïne geregeld samen met alcohol geconsumeerd.[21-23] De overmatige consumptie van alcohol in het uitgaansleven wordt soms wel genoemd als een van de redenen van de groeiende populariteit van cocaïne.[20] Cocaïne zou een ontnuchterend effect hebben waardoor langer en meer gedronken kan worden.
    • In andere landen, zoals Oostenrijk, België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hebben bezoekers van dansfestijnen eveneens aanzienlijk meer ervaring met cocaïne dan de algemene bevolking.[66]
    • Zwerfjongeren scoorden in 1999 het hoogst in cocaïnegebruik (onderstaande tabel). Een peiling onder jongeren zonder vaste verblijfplaats in 5 Nederlandse gemeenten wees uit dat 1 op de 3 onlangs cocaïne had genomen. Roken van cocaïne was het meest gangbaar (actuele rokers: 32%, snuivers: 11%, spuiters: 1%).[24] Onder zwerfjongeren in Flevoland werden in 2004 lagere percentages gevonden (onderstaande tabel).[25]
    Tabel: Gebruik van cocaïne in speciale groepen

    Locatie​
    Peiljaar​
    Leeftijd​
    (jaar)​
    Ooit-gebruik​
    Actueel gebruik​
    Jongeren in het voortgezet speciaal onderwijsI
    Landelijk​
    1997​
    12 - 18​
    4%​
    2%​
    Jongeren in projecten voor spijbelopvang
    Landelijk​
    1997​
    12 - 18​
    14%​
    5%​
    Gedetineerde jongerenII
    Regionaal
    2002/2003​
    14 - 17​
    11% (j) VII​
    24% (m) VII​
    4% (j) VII​
    11% (m) VII​
    School drop-outsIII
    Regionaal
    2002/2003​
    14 - 17​
    11% (j)​
    3% (m)​
    7% (j)​
    1% (m)​
    Gemarginaliseerde jongerenIII
    Den Haag​
    2000/2001​
    16 - 25​
    23%​
    9%​
    Uitgaande jongeren
    Den Haag​
    2003​
    15 - 35​
    23%​
    10%​
    CafébezoekersIV
    Amsterdam​
    2000​
    gemiddeld 25​
    26%​
    9%​
    Bezoekers van trendy clubs
    Amsterdam​
    2003​
    gemiddeld 28​
    39%​
    14%​
    CoffeeshopbezoekersV
    Amsterdam​
    2001​
    gemiddeld 25​
    52%​
    19%​
    ZwerfjongerenVI
    Landelijk​
    1999​
    15 - 22​
    66%​
    36%​

    Flevoland​
    2004​
    13 - 22​
    29%VII​
    10%VII​




    19%VIII​
    6%VIII​
    Percentage gebruikers ooit in het leven en actueel (laatste maand) per groep. De cijfers in deze tabel zijn niet vergelijkbaar vanwege verschillen in leeftijdsgroepen en methoden van onderzoek. j=jongen; m=meisje.
    I. MLK, LOM, ZMOK. II. Onderzoek in Noord-Holland, Flevoland en Utrecht. Gebruik onder gedetineerde jongeren: in de maand voorafgaand aan detentie. School drop-outs zijn jongeren die in de afgelopen 12 maanden minstens een maand niet naar school zijn geweest, exclusief vakanties. III. Jongeren die ontoereikende zorg krijgen en/of niet voldoende in de eigen bestaansvoorwaarden kunnen voorzien. Geworven op locaties voor zwerfjongeren, laagdrempelige dag - en nachtopvang en (overige) tijdelijke woonvoorzieningen. IV. Selecte steekproef van jongeren en jonge volwassenen uit mainstream-, studenten-, homo- en hippe cafés. Dus niet representatief voor alle cafébezoekers. V. Geringe respons (15%). VI. Jongeren tot 23 jaar die 3 maanden of langer geen vaste verblijfplaats hadden. VII. Snuifbare cocaïne in poedervorm. VIII. Rookbare cocaïne in de vorm van crack.[18;24-29]
     
    Last edited: Oct 1, 2006
  3. Alfa

    Alfa Productive Insomniac Staff Member Administrator

    Reputation Points:
    14,288
    Messages:
    38,277
    Joined:
    Jan 14, 2003
    117 y/o from The Netherlands
    Ambulante verslavingszorg
    Het LADIS registreert hoe vaak mensen hulp vragen bij de (ambulante) verslavingszorg.
    • Het aantal cliënten met cocaïne als primair probleem werd tussen 1994 en 2004, 4 keer zo groot. Van 2003 naar 2004 ging het om een toename van 8% (onderstaande figuur).
    • Per 100.000 inwoners van 15 jaar en ouder steeg het aantal primaire cocaïnecliënten van 20 naar 76.
    • Het aandeel cocaïnecliënten van alle cliënten met een drugsprobleem groeide eveneens van 13% in 1994 naar 32% in 2004.
    • In 2004 was 18% een nieuwkomer. Zij stonden niet eerder ingeschreven bij de (ambulante) verslavingszorg vanwege een drugsprobleem.
    • Voor 61% is roken (crack) de belangrijkste wijze van gebruik en voor 38% snuiven. Slechts 1% injecteert cocaïne.
    • De meeste primaire cocaïnecliënten (74%) hadden ook problemen met een ander middel. Voor een kwart was cocaïne het enige probleem.
    • Cocaïne werd ook vaak als secundair probleem genoemd (onderstaande figuur). Voor deze groep is het primaire probleem heroïne (63%), alcohol (26%), of cannabis (6%). In de afgelopen 4 jaar bleef het aantal cliënten met secundaire cocaïneproblematiek stabiel.
    Figuur: Aantal cliënten bij de (ambulante) verslavingszorg met primaire of secundaire cocaïneproblematiek, vanaf 1994 [​IMG]
    De stijging in secundaire cocaïnecliënten van 2000 naar 2001 komt voor een deel door de aanlevering (sinds 2001) van gegevens van opiaatcliënten van de GG&GD Amsterdam.

    Bron: LADIS, IVZ.
    Leeftijd en geslacht
    • In 2004 waren ruim 8 op de 10 primaire cocaïnecliënten man (82%). Het aandeel vrouwen is sinds 1999 iets gestegen (16% in 1994-1999, 17% in 2000, 18% in 2001-2004).
    • In 2004 was de gemiddelde leeftijd 34 jaar. Daarmee zijn de primaire cocaïnecliënten jonger dan de opiaat-, en alcoholcliënten maar ouder dan de cannabis-, ecstasy- en amfetaminecliënten.
    • Onderstaande figuur laat zien dat 60% tussen de 25 en 39 jaar is. Het aandeel jonge cocaïnecliënten van 15-29 jaar is in de loop der jaren gedaald van 56% in 1994 naar 36% in 2004.
      Figuur: Leeftijdsverdeling van primaire cocaïnecliënten bij de (ambulante) verslavingszorg. Peiljaar 2004
    [​IMG]
    Percentage cliënten per leeftijdsgroep.

    Bron: LADIS, IVZ.

    Regionale ontwikkeling
    In de periode 2000-2004 was de hulpvraag met 17 cocaïnecliënten per 10.000 inwoners van 15 jaar en ouder het grootst in de regio Rotterdam. Daarna volgden Amsterdam en Den Haag met respectievelijk 12 en 11 cocaïnecliënten per 10.000 inwoners.
    • In het gehele land is het aantal cliënten met primaire cocaïneproblematiek in de periode 2000-2004 vergeleken met 1995-1999 toegenomen (IVZ/RIVM, Zorgatlas). De sterkste stijgingen deden zich voor in het oostelijk deel van Brabant, Flevoland en het oosten van het land. De regio Apeldoorn spant de kroon. Deze regio's lijken daarmee de grote achterstand in cocaïnehulpvraag in te lopen op de grote steden.
    Intramurale verslavingszorg
    • Sinds 1997 zijn er geen betrouwbare landelijke gegevens meer beschikbaar over de hulpvraag bij de intramurale verslavingszorg. Het is de bedoeling dat deze gegevens beschikbaar zullen komen uit Zorgis, het informatiesysteem voor de GGZ.
    Algemene ziekenhuizen; incidenten
    In algemene ziekenhuizen worden cocaïnemisbruik en -afhankelijkheid niet vaak als hoofddiagnose genoteerd bij klinische opnames.
    • In 2004 ging het om 89 gevallen, waarvan 69% vanwege cocaïnemisbruik en 31% vanwege cocaïneafhankelijkheid (onderstaande figuur).
    • Deze cocaïneproblemen spelen vaker een rol als nevendiagnose. Tussen 1996 en 2002 steeg het aantal opnames met cocaïnemisbruik of -afhankelijkheid als nevendiagnose. Na een aanvankelijke daling in 2003, stijgt dit aantal nevendiagnoses weer in 2004.
    • De meest voorkomende categorieën hoofddiagnoses, die in 2004 stonden geregistreerd bij cocaïnemisbruik of -afhankelijkheid als nevendiagnose, waren:
      - letsel door ongevallen (17%, zoals breuken, wonden, hersenschudding)
      - ziekten en symptomen van de ademhalingswegen (16%)
      - vergiftigingen (12%)
      - ziekten van hart- en vaatstelsel (11%)
      - misbruik of afhankelijkheid van alcohol en (andere) drugs (11%)
      - psychosen (6%).
    Figuur: Klinische opnames in algemene ziekenhuizen gerelateerd aan cocaïnemisbruik en -afhankelijkheid, vanaf 1994
    [​IMG]
    Aantal diagnoses, niet gecorrigeerd voor dubbeltellingen van personen of meer nevendiagnoses per opname. ICD-9 codes: 304.2, 305.6.
    Bron: LMR, Prismant.
    • Dezelfde persoon kan meer dan 1 keer per jaar worden opgenomen. Bovendien kan er per opname meer dan 1 nevendiagnose worden gesteld. Gecorrigeerd voor dubbeltellingen ging het in 2004 om 567 personen. Zij werden in dit jaar minstens 1 keer opgenomen met cocaïnemisbruik of -afhankelijkheid als hoofd- of nevendiagnose. Hun gemiddelde leeftijd was 35 jaar; 74% was man.
    • De LMR registreerde in 2004 geen gevallen van onopzettelijke vergiftiging met cocaïne als nevendiagnose (ICD-9 code E855.2).
    Het aantal personen dat onwel wordt na cocaïnegebruik is niet volledig bekend.
    Volgens het Letsel Informatie Systeem van Stichting Consument en Veiligheid worden jaarlijks gemiddeld 2.600 personen behandeld op spoedeisende eerste hulp afdelingen van ziekenhuizen na een ongeval, geweld of zelfmutilatie gerelateerd aan drugsgebruik (vgl. 13.000 vanwege alcohol).
    • Cocaïne is de meest frequent genoemde drug. Bijna 1 op de 3 (33%) drugsslachtoffers geeft aan cocaïne te hebben gebruikt. Tellen we alleen de gevallen mee waarvan de drug bekend is (72%), dan maakt cocaïne 44% uit van alle drugsgerelateerde behandelingen bij de spoedeisende hulp.
    • Deze cijfers zijn waarschijnlijk een onderschatting van het werkelijke aantal aan drugs gerelateerde ongevallen.
    Het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum van het RIVM registreert het aantal informatieverzoeken van artsen, apothekers en overheidsinstellingen over (potentiële) acute vergiftigingen door lichaamsvreemde stoffen, zoals drugs.[44]
    • Het aantal meldingen van incidenten gerelateerd aan drugs steeg van 656 in 2000 naar 1.210 in 2003 en 1.285 in 2004. Voor cocaïne werd tussen 2000 en 2003 een stijging van 150 naar 247 incidenten geregistreerd. In 2004 daalde het aantal licht naar 227.
    • Deze cijfers geven echter geen zicht op het absolute aantal intoxicaties.
     
    Last edited: Oct 1, 2006
  4. Alfa

    Alfa Productive Insomniac Staff Member Administrator

    Reputation Points:
    14,288
    Messages:
    38,277
    Joined:
    Jan 14, 2003
    117 y/o from The Netherlands
    Sterfte
    De Nederlandse Doodsoorzakenstatistiek van het CBS telt nog steeds weinig (acute) sterfgevallen die te wijten zouden zijn aan cocaïne.
    • Toch valt er een toename te zien. Van 1985 t/m 1994 ging het in de hele periode om totaal 21 gevallen, van 1995 t/m 2004 om 163 gevallen.
    • De stijgende lijn van midden jaren 90 t/m 2002 zette zich evenwel in de jaren 2003 en 2004 niet voort. In 2002, 2003 en 2004 ging het om respectievelijk 34, 17 en 20 gevallen waarbij cocaïne als primaire doodsoorzaak stond geregistreerd.
    • Onderstaande figuur laat zien dat de meeste overledenen tussen 25 en 49 jaar oud waren, met een piek in de leeftijdsgroep 35-39 jaar. In de periode 2000-2004 waren gemiddeld 8 op de 10 cocaïneslachtoffers man.
    • Sterfte waaraan cocaïne bijdraagt wordt soms gecodeerd onder natuurlijke doodsoorzaken, zoals een hartaandoening. Hierdoor is het aantal gevallen waarin cocaïne aan het overlijden heeft bijgedragen niet goed te achterhalen.
    • Het totale aantal overleden 'bolletjesslikkers' is niet bekend. Dit komt onder meer doordat de Doodsoorzakenstatistiek personen uitsluit die niet in het Nederlandse bevolkingsregister staan ingeschreven. De GGD Amsterdam registreerde in 2002, 2003 en 2004 respectievelijk 8, 3 en 5 gevallen.
    Figuur: Leeftijdsverdeling van cocaïnesterfgevallen van 2000 tot en met 2004
    [​IMG]
    Percentage overledenen per leeftijdsgroep. ICD-10 codes primaire doodsoorzaken: F14 en X42*, X62*, Y12* (* in combinatie met code T40.5).
    Bron: Doodsoorzakenstatistiek, CBS.
     
    Last edited: Oct 1, 2006