ZWETEND IN EUFORISCHE ROES.

Discussion in 'Nieuws over drugs' started by Alfa, Oct 17, 2004.

  1. Alfa

    Alfa Productive Insomniac Staff Member Administrator

    Reputation Points:
    14,178
    Messages:
    38,491
    Joined:
    Jan 14, 2003
    117 y/o from The Netherlands
    ALTHAMER TOONT ZICH ZWETEND IN EUFORISCHE ROES

    Je ziet hem wel eens in het café, in een koffieshop of op een feest
    waar
    stevig wordt gedronken, de eufoor. Hij laat zich gaan en heeft zoveel
    geconsumeerd, geblowd of gesnoven dat zijn geest zich van het aardse
    heeft
    losgemaakt. Toch denkt hij zelf nog volop aan het leven deel te nemen -
    sterker nog, hij leeft meer dan ooit!

    Precies dit fenomeen toont de Poolse kunstenaar Pawel Althamer (1967)
    in
    zijn installatie So genannte Wellen und andere Phänomene des Geistes
    (2003/2004), op acht televisieschermen in het Bonnefantenmuseum. In
    acht
    korte filmpjes zien we Althamer onder andere LSD slikken, zich onder
    hypnose
    stellen, `magic mushrooms' en mescalcactussen eten, om zich vervolgens
    in
    zijn roes te laten filmen. Als toeschouwer zie je hem zitten, zwetend,
    hallucinerend, fantaserend en na verloop van tijd denk je: net een
    kunstenaar, die man.

    En daar wordt het interessant. Want in So genannte Wellen... is
    Althamer
    duidelijk op zoek naar de grenzen van het kunstenaarschap. Of beter:
    naar
    dat punt waar de wegen van kunst en werkelijkheid zich scheiden. Als
    toeschouwer blijf je ondertussen vooral met vragen achter,
    bijvoorbeeld: in
    hoeverre kunnen wij hem in zijn roes nog volgen? Ligt dat aan die
    middelen,
    of komt het door zijn kunstenaarschap? Of is het mogelijk dat Althamer
    zijn
    roezen gewoon verzonnen heeft, net zoals je die dronken man in het
    café er
    ook vaak van verdenkt zijn euforie wat aan te zetten om extra aandacht
    te
    krijgen?

    Die vragen geven al aan dat Althamer geen kunstenaar van antwoorden is.
    Sterker nog: je zou kunnen zeggen dat zijn hele oeuvre, waarvoor hij
    onlangs
    de Europese kunstprijs The Vincent kreeg uitgereikt, draait om de
    problemen
    die een kunstenaar ondervindt bij het tonen, het `communiceren' van
    zijn
    ideeën. Dat blijkt niet alleen uit So genannte Wellen, maar ook uit
    de twee
    andere projecten die Althamer toont in het Bonnefantenmuseum. Een
    daarvan is
    een film die Althamer maakte van een groep Poolse jongeren die hij als
    `medewerkers' voor de tentoonstelling naar `het paradijs' Maastricht
    bracht;
    ze mochten de entreehal volspuiten met graffiti. Het andere project is
    een
    zaal vol rauwe, maar semi-realistische beelden die Althamer al jaren
    optrekt
    uit dierlijke en natuurlijke materialen als varkensblazen, darmen, stro
    en
    gras.

    Vooral die laatste installatie neemt bij de toeschouwer alle twijfel
    weg:
    Althamers oeuvre draait om onmacht. De onmacht om zijn Poolse jongeren
    daadwerkelijk naar het paradijs te brengen, de onmacht om een
    overtuigende
    verbeelding van de mens te maken. De onmacht ook om je eigen
    diepgevoelde
    euforie over te brengen op de toeschouwer.

    Nu wordt zulke onmacht wel vaker getoond in hedendaagse kunst, en dat
    is
    vooral ergerlijk als de kunstenaar dat onvermogen gebruikt als
    eindconstatering. Maar die val weet Althamer overtuigend te vermijden.
    Hij
    zet zichzelf eerder neer als een artistieke Sisyphus die op alle
    mogelijke
    manieren, in allerlei vormen, probeert de steen van de kunst tegen de
    berg
    op te rollen. En tegelijk beseft hij heel goed dat juist in die
    handeling
    zelf de oplossing schuilt.

    Het achtste filmpje in So genannte Wellen bijvoorbeeld, gaat ineens
    niet
    meer over drugs. We zien alleen Althamer die met zijn dochtertje door
    het
    park loopt. Ze wandelen, zitten aan het water en laten koolmeesjes
    nootjes
    van hun handen eten - af en toe loopt Weronika op de camera af, roepend
    dat
    ze niet gefilmd wil worden. Het is een merkwaardig filmpje, op het
    banale
    af, dat juist doordat het tussen al die vermetele poging tot roeszoeken
    hangt, een prachtige, superieure rust uitstraalt - je voelt de euforie
    van
    vader en dochter over het tamelijk onbenullige feit van die opgegeten
    nootjes. Veel is het niet, lijkt Althamer te willen zeggen, maar soms,
    heel
    soms, is weinig bijna alles.